Je zou verwachten dat het dragen van een keppeltje voor een Joodse werknemer geen enkel probleem moet zijn in het Anne Frank Huis. Toch heeft de 25-jarige werknemer Barry Vingerling meer dan een half jaar moeten wachten op een verlossend antwoord daarover van de directie.

In eerste instantie werd hem te verstaan gegeven dat hij zijn keppeltje niet zichtbaar mocht dragen als hij in het museum aan het werk was. Nadat hij protest aantekende is uiteindelijk na een half jaar besloten dat hij zijn 'kipa' wel mag dragen, schrijft het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Dat medium belde met het museum naar aanleiding van de geruchten dat medewerkers geen keppel mochten dragen. Daarna raakte de besluitvorming in een stroomversnelling.

Een principiële, morele kwestie

"Ik heb er al maanden stress van, maar dit is voor mij een principiële, morele kwestie," antwoordde Vingerling toen het NIW hem benaderde over geruchten dat keppels bij publieksmedewerkers werden geweerd. Die geruchten waren gegrond, bleek uit zijn verhaal.

De orthodoxe Vingerling had tijdens de sollicitatieprocedure geen keppel gedragen, maar dat begon bij hem te knagen. Hij wilde toch graag tijdens het werk een kipa op, zoals hij dat privé ook al jaren doet, schrijft het Nieuw Israëlitsch Weekblad.

Onbegrijpelijk

Op social media wordt verbaasd gereageerd op het verhaal. Dat nota bene het Anne Frank Huis moeilijk doet over het dragen van een keppel, begrijpen veel mensen niet.

Inmiddels heeft de Anne Frank Stichting een officiële reactie op het verhaal gegeven: "Tot voor kort hadden wij op dit punt geen beleid, eenvoudigweg omdat ons nog nooit een verzoek had bereikt tot het dragen van dergelijke uitingen." De stichting geeft aan dat het maken van een besluit tijd kostte, en met veel partijen besproken moest worden. "Inmiddels hebben wij, op basis van nader onderzoek en na overleg met het management team en leden van de Raad van Toezicht, besloten dat religieuze uitingen gedragen mogen worden in het museum en op de werkvloer."