Mechanische sporten hebben niet mijn echte voorkeur, daar ben ik eerlijk in, maar dit seizoen heb ik toch meer naar de snelle auto’s gekeken dan ooit.

Ik heb dus een Duitser, nota bene gekleed in Puma-sportkleding (en dat zie je niet vaak in de eeuwige race tussen Adidas en Nike) zien winnen en het liet me eigenlijk een streepje koud.

Ja, ik zat om twee uur ook klaar voor de start, naar later bleek samen met 824.000 andere kijkers naar Ziggo. Na de eerste carambolage, waarbij “Ons Max” al de stoeprand van het Formule I-bestaan opzocht en de commentator ter plekke in een dodelijk, diepe stilte viel die opmerkelijk was, gingen de twee Duitse auto’s (Mercedes) op kop rijden.

Nico Rosberg droeg wel mooi de totaalzege op aan vrouw en kind en hij kreeg wel een hand van de winnaar van de race, de verliezer-voor-de-titel, Lewis Hamilton. Toch was me allemaal net te geparfumeerd; tekentafeltopsport.

Terugknokken van de 22e plaats naar de tweede was een heerlijke inhaalrace (die weer deed denken aan dat waterfestival in Brazilië) van onze landgenoot, maar ineens had ik het idee “Deja Vu” en ook kreeg ik een gekke bijgedachte: “Ons Max” doet het er bijna om, hij vindt het heerlijk om de autosportwereld te laten zien hoe vaardig hij is op zo’n groot circuit alles en iedereen in gevaarlijke bochten te verrassen.

Ik vind dat eigenlijk een min of meer valide manier om aan topsport te doen. Hij, “ons Max”, liet zien dat aanvallend en misschien wel gedurfd sturen loonde en hij maakte Formule I werk weer acceptabel en sexy om soms even naar te kijken.

Ook voor mij, non-autorijder.

Als ik mijn rijbewijs moet laten zien, toon ik mijn Ov-jaarkaart.

“Ons Max” heeft dus, en dat meen ik, deze sport interessant gemaakt. En ook leuk en er leefde iets op dat op een Oranje-publiek leek. 

Ziggo Sport maakte er goede sier mee (hoewel de kijkcijfers nooit echt door de grens van het miljoen schoten en dat viel me wat tegen), soms keek ik in studio’s waar opgewonden acterende autosportmensen voor mij volkomen onbegrepen autosportverhalen ontrafelden en er kinderlijk blij mee waren en ik luisterde met veel plezier naar Olav Mol, die dwars tegen alle bestaande sportjournalistieke waarden en regels in rijders alleen bij hun voornaam noemde, die zich vergaloppeerde aan merkwaardige verbale uithalen waar verslaggevers bij andere sporten voor eventjes zouden worden “kaltgestellt”, maar dat mocht blijkbaar allemaal in de kraamkamer bij Ziggo, want het betrof “Ons Max” nietwaar en dan was alles toegestaan.

Holy shit en fuck… het maakte allemaal niets uit, want het was een zoete golf van vaderlandslievende verbale autosportjournalistiek, geuit door een supporter: veel mocht, neen, alles mocht.

Daarom moest ik ook even grinniken toen Mol bij het groot in beeld verschijnen van tennisgrootheid Roger Federer in Abu Dhabi, geheel stilviel. Wie was dat nou? Een coureur in ruste?

Opmerkelijk. 

Door deze Formule I wekenlang achtereen te volgen, leer je veel. Hoe bijvoorbeeld gaan ploeggenoten om als beiden wereldkampioen kunnen worden? Hoe is hun intermenselijke relatie (ik begreep: vriespunt) en wat zien wij daarvan? En hoe wordt dat uitgelegd?

Wie heeft de leiding bij Mercedes, wie maakt uit wie er gaat winnen?

Ik had, uiteraard, geen enkele voorkeur, maar vond wel dat die Brit (Hamilton dus) de laatste races wel heel soeverein bleef winnen. Als was hij de enige Uber-taxichauffeur in een middelgrote stad in Noord-Zweden.

En toch was zijn laatste race een waardeloze. Hij won, heel makkelijk, maar wat was dat nou allemaal waard?

Zag ik de hele race? 

Eerlijk gezegd niet.

Er was veteranentennis, Kansas en Kansas State speelden football, Ajax stond heel lang op 0-0 tegen Heerenveen, ik keek nog even bij Sparta-Roda en luisterde naar Langs de Lijn (alleen al voor de geweldige muziekkeuze) …en dus?

Toen ik weer bij Ziggo aanhaakte was het grote, vervelende middenstuk van achter elkaar aanrijdende dure auto’s net voorbij.

Ik zag de handdruk van Hamilton en begreep dat die handeling hetzelfde was als in een bad vol ijsklontjes gaan zitten. Hij heeft enorm de pesthekel aan de nieuwe wereldkampioen.

Dat kan ook bijna niet anders.

Ik dacht meteen: hoe moet dat volgend jaar als “Ons Max” en die ietwat atypische Australiër, Daniel Ricciardo, in heel snelle neven-auto’s, elkaar gaan bevechten.

Gaan die elkaar ook naar het leven staan en daarnaast keurig optreden met camera’s in de buurt?

Werden we hiermee belazerd door Mercedes?

Eigenlijk wel. Die twee, Rosberg en Hamilton, hebben een enorme pesthekel aan elkaar (zegt men), maar weten dat ze op de payroll staan van zo’n beetje het meest standvastige, betrouwbare en klassieke automerk dat er in deze wereld bestaat: Mercedes.

Betrouwbaarheid, verklonken aan correcte soberheid en slechte stoeltjes…

Karl Marx had hierover zijn hoofd geschud en kritiek geleverd. Ik zet het in het perspectief van het sociaaleconomisch leven van tegenwoordig en begrijp het. Samen de grootheid van het beroemde merk uitdragen, luisteren naar His Masters Voice (wie dat ook is), de grote poen opstrijken en de kop houden.

En ik hoopte toch zo zeer dat ik niet naar een afgeleide van een wielerwedstrijd op niveau hoefde te kijken. Het missen van een groot middenstuk van de snelle auto’s, maakte een hoop goed. Al was het maar dat ik Marcella Mesker als spreekstalmeester bij het veteranen-tennis in eigen land kon aanhoren.

Priceless.

Mart Smeets is iedere maandag te horen op Radio EenVandaag.

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat.