Stel je voor: doping blijkt niet meer dan een hersenspinsel. Leidse onderzoekers zijn bezig met een uniek onderzoek naar het wondermiddel epo. Ze vermoeden dat publiek én wielrenners jarenlang het effect ervan overschat hebben. Wielerliefhebber en EenVandaag-verslaggever Mark de Bruijn doet mee als proefpersoon. Vandaag: de wedstrijd!

Dénken dat je gaat winnen, dat duurt langer dan dat hele winnen zelf. Met beide heb ik geen ervaring en dat moet vandaag maar eens veranderen. Ik wil de wetenschap vooruit snellen, ik zoek een ultieme bevestiging nog tijdens de duur van dit EPO-experiment.

Als iemand het me na deze wedstrijd zou vragen zou ook ik zeggen: doping? Man, er was zoveel meer voor nodig. Ik zou teksten opdreunen over jarenlange offers en eenzame trainingssessies in ochtendnevel. Gelogen, maar dat hoort dus bij het wielrennen. 

Tijdens mijn even dappere als zinloze ontsnappingspoging denk ik niet één keer dat die het werk is van de farmaceutische industrie. Veel andere gedachten zijn er ook niet. Het voelt onaangenaam, dat willen winnen. Hier achter zitten ze vast te keuvelen in het peloton, of lachen ze me uit.

Echte wedstrijden rijden mag niet deze maanden, alsof echte wedstrijden al op mij zitten te wachten. Eigenlijk wilden de onderzoekers echte wielrenners. Types met een licentie van de wielerbond, met geschoren benen die ruiken naar massage-olie. Die zouden dan voor jaren geschorst worden als ze na een positieve test onze EPO-studie de schuld gaven.

De mooiste smoes was die van een Vlaming die zijn EPO-doseringen bijhield in een schriftje dat in beslag werd genomen bij een huiszoeking. Aantekeningen voor een roman, verklaarde hij.

Ik probeer het nog een keer op het eind, in de sprint ben ik kansloos. Kijk me daar eens achter collega Ivo aan springen, ogenschijnlijk soepeltjes, achter ons zou kunnen picknicken op het asfalt, zo groot is het gat.

Ik zeg dat 'ie moet bijschakelen. Niets irritanter dan wielrenners die wielrenners de les lezen. En dan ben ik niet eens een wielrenner, ik ben een zondaar in een schijnwereld.

Moet ik blij zijn als we dit tot een goed einde gaan brengen of juist niet?  Stel dat hier het placebo-effect rijdt, hoe hard was ik dan gegaan als ik wél tot de nok gedrogeerd zou zijn? Is mijn brein zo makkelijk beïnvloedbaar? Dan kan ik ook wel dolfijnen gaan knuffelen. Of boomschors eten tegen de kanker.  En als ik wél gebruik, hoe ga ik mezelf ooit nog clean evenaren?

En stel dat ik vandaag win, of volgende week, hoe lang blijf ik dan geloven dat het echt was? Ik schud mijn medevluchter de hand na afloop, zoals echte renners het doen, de wedstrijd duurde voor ons een ronde te lang en de sprinters profiteren. Een voormalige prof wint, een echte.

Ik zou mijn beklag gedaan hebben over zijn deelname in een wedstrijdje van wat omroepmedewerkers. Als tenminste de jury me niet mijn eerste wielerprijs had overhandigd. De meest ondankbare prijs, die van de meest strijdlustige renner.

Bij het geïmproviseerde podium mompel ik dat ik me bijna verdacht goed voelde vandaag. Verder zeg ik maar niks.