Goed nieuws deze sportzomer: doping is amper prestatiebevorderend, maar zit vooral tussen de oren. Dat zou zomaar de uitkomst kunnen zijn van een Leids onderzoek dat bijna is afgerond. Zondag fietsen met EPO gedrogeerde wielrenners de Mont Ventoux op, tegen renners die dénken ze dat ze aan de EPO zijn. Wielerliefhebber en EenVandaag-verslaggever Mark de Bruijn doet mee als proefpersoon. Vandaag: de laatste spuit.  

De laatste dosering. Ik krijg twee prikken in plaats van één. Alsof ze nog wat over hadden. Een andere deelnemer kreeg maar een halve, hoor ik tijdens het eten in de klinische relaxruimte. Alles bij het Centre for Human Drug Research is klinisch, met uitzicht op het ziekenhuis. Toch is er in de loop van het onderzoek wat gezelligheid in geslopen. Het is zelfs jammer dat dit de laatste was. Zelfs al zou het twee maanden lang een zoutwateroplossing geweest zijn. We maken grapjes, over met een dorstig gevoel naar huis gaan.

Zelfs de koffie is hier placebo, er lopen meerdere onderzoeken en de proefpersonen verdragen genotsmiddelen als cafeïne niet.

Het dubbele spuitje kan een misleidende aanwijzing zijn. Bij dit onderzoek is het immers toegestaan, data aanlengen met psychologische pesterijtjes. En wij die wielrenners willen zijn moeten er niet over zeuren. We kunnen beter wat oefenen met jokken. Of ik nog alcohol gebruikt heb, de standaard vragenlijst. Zoiets moet je een journalist ook niet vragen.

Vanuit de wachtruimte zie ik een paar dagen later hoe de medische mensen mijn collega-proefpersonen opjutten. Die deuren bleven eerst dicht. Ze trappen stuk voor stuk meer wattages dan ik. Of ze doen alsof, misschien proberen ze mij, samen met de medische mensen mentaal uit te putten, nog vóór De Berg. 

Ik houd het zelf net zo lang vol als de vorige keer en de keer daarvoor.

Eigenlijk haalde ik tijdens de toelatingstest in de winter deze wattages al, toen gegarandeerd clean en zonder al teveel training, of oeps, zei ik toen iets anders om mee te mogen doen? Het uitblijven van een stijgende prestatiecurve op de laboratoriumfiets, die verdring ik dan weer voor mezelf. Ik zoek deze dagen liever de bevestiging dat ik wél bij de gebruikers hoor.

Nog voor het toetje zijn we het er over eens: die halve en die dubbele doseringen zijn vast flauwekul.

Andere proefpersonen sjokken de steriele relaxruimte door op slippers, ze slapen hier en praten amper. Sommigen hebben elektroden op hun hoofd, ze dragen een soort helm. Voor een onderzoek naar MS, zei een van de medische mensen die me consequent meneer De Bruijn blijft noemen. Ik vermoed dat ze in werkelijkheid het effect meten van oeverloze wielerconversaties op het menselijk brein.