Stel je voor: doping blijkt niet meer dan een hersenspinsel. Leidse onderzoekers zijn bezig met een uniek onderzoek naar het wondermiddel epo. Ze vermoeden dat publiek én wielrenners jarenlang het effect ervan overschat hebben. Wielerliefhebber en EenVandaag-verslaggever Mark de Bruijn doet mee als proefpersoon. Vandaag: voelt ‘ie iets of voelt ‘ie niets?

Ze staan niet op de foto.

Na 'het is koers!' vind ik  dat de leukste kreet, poëzie voor de hedendaagse wielerliefhebber. Kretologie die ik nooit actief kan bezigen, dan zou ik in mijn schaarse wedstrijdjes toch eens vooraan moeten meetrappen.

Het is mijn eerste training met de Tuindorp Stoempers sinds lange tijd.

Ik durf de fanatieke dinsdagavondrijders alleen te uit de dagen als de avonden zwoel zijn en ik mijn EPO-shape benader.

Gisteravond kreeg ik weer zo'n magische injectie, bijna onmerkbaar voelde ik de naald in mijn buik glijden.

We sprinten af op de Ruiterberg, altijd hetzelfde ritueel, een klimmetje van 40 meter hoogte dat je nauwelijks een klimmetje noemen mag.

De Giro passeerde hier vijf jaar geleden. De renners keuvelden er wat, de handen losjes op het stuur. Zij schakelden niet terug, wij wel.

De meesten zijn na een uurtje nog driest en vol goesting, nog zo'n kreet.

Meestal laat ik me verrassen ter hoogte van de paaltjes, in Nederland staan er zelfs in het bos levensgevaarlijke obstakels voor wannabe-wielrenners.

Nu zet ik brutaal aan, ik kijk om. Ze staan niet op de foto.

Leiden, de avond ervoor. We zitten met acht deelnemers aan tafel, eten een maaltijd die op ziekenhuiseten lijkt. Degenen die net geprikt zijn drukken met hun vingers op het gaasje op de onderarm, anders krijg je blauwe plekken en dat staat niet mooi onder een strak lycra shirt.

Of ik nou de enige ben die nog niks merkt, gooi ik in de groep.

Eén andere deelnemer twijfelt. De rest verhaalt over bijna onverklaarbare tempoversnellingen, spectaculair lage hartslagen, over trainingspartners die sinds een week of wat smeken of het wat minder kan.

Er zitten hier blijkbaar maar twee placebo-proefpersonen aan tafel.

Na het derde sprintje op de heuvelrug wachten de Tuindorp Stoempers op de achterblijvers. Ik krijg een complimentje. Verwacht hier geen uitgebreide analyse, of beschouwingen over dilemma's van allochtone kiesgerechtigden.

De fanatiekere wielertoerist is niet zo'n prater.

Soms hebben ze zenuwtrekje, anders aanleg daartoe. In burgerkledij zien ze er wat onbeholpen uit, mager als echte wielrenners. Als de fanatieke wielertoerist práát, dan het liefst over data.

Er is zelfs een app die dat alles registreert, Strava, je kunt dan bijvoorbeeld zien wie vandaag als snelste de Ruiterberg beklom.

Ik besluit niks te zeggen over de prik, over de EPO-studie.

Misschien hebben de onderzoekers mijn medefietsers wel geïnstrueerd.

Laat die jongen nou ook eens. Alles voor de perfecte mindfuck.

Misschien hangt deze steriele eetruimte vol verborgen microfoontjes, zitten ze zich nu rot te lachen een paar kamers verderop.

Deze verwarring is precies wat ze willen.

Ik bied nog wat weerstand terwijl ik de aardappelpuree prak die ik ook met een rietje naar binnen had kunnen werken, met een dikke naald desnoods. Ik ben degene die niks gaat merken, denk ik dan nog.

Ze praten over de mogelijkheden van de wattagemeter die we hebben kregen voor dit onderzoek.

Ik moet data worden.

Ik moet alle gedachten die die data verstoren eens leren uitschakelen.