Het in opspraak geraakte tankopslagbedrijf in de Rotterdamse haven had eerder naar buiten moeten komen met informatie over de indicenten, schrijft staatssecretaris Wilma Mansveld in een brief aan de Tweede Kamer.

De provincie Zuid-Holland publiceerde vorige week de resultaten van een onderzoek van de Rotterdamse Milieudienst (DCMR) naar het niet of niet juist melden van de voorvallen. Dat bleek 210 keer te zijn gebeurd in de afgelopen dertien jaar.

In totaal nam de DCMR voor dat onderzoek 480 intern gemelde voorvallen bij Odfjell onder de loep. Daarvan zijn er dus 210 niet of niet goed doorgegeven aan de bevoegde instanties. In september meldde de DCMR al dat er een aantal voorvallen alleen intern bij Odfjell was gemeld, maar onduidelijk was hoeveel.

''Het merendeel van die niet gemelde voorvallen betreft bedrijfsmeldingen. Dit zijn 'kleinere’ voorvallen zonder gevaar. Heel erge voorvallen hebben zich niet voorgedaan'', aldus de provincie Zuid-Holland in een reactie. Ook die vindt het ''onbegrijpelijk en onacceptabel'' dat Odfjell, zelfs nadat het in opspraak raakte en werd aangepakt, niet zelf met de informatie naar buiten kwam.

Tegenwoordig krijgt de DCMR wekelijks de voorvallenlijst van het bedrijf.

Toezicht

Volgens Mansveld blijft het bedrijf onder verscherpt toezicht staan en wordt er ''direct handhavend opgetreden wanneer dit nodig blijkt''. De DCMR heeft de resultaten van het onderzoek doorgegeven aan het Openbaar Ministerie.

Odfjell werd vorig jaar grotendeels stilgelegd omdat het niet meer aan de veiligheidseisen voldeed. In tien jaar tijd was de terminal zeker 64 keer in de fout gegaan. De tanks waren zeker dertig jaar lang niet gecontroleerd.

De nieuwe verzwegen incidenten kwamen aan het licht na de onthullende EenVandaag reportage over een groot verzwegen Methanol-incident bij Odfjell.