China probeert de weergoden naar zijn hand te zetten. Het land gaat de droogte bestrijden met moderne technieken en wil regen opwekken boven het Tibetaanse hooggebergte, in een gebied zesendertig keer zo groot als Nederland: "We moeten hopen dat dit plan niet lukt," waarschuwt meteorologe weervrouw Helga van Leur.

"Toen ik het las hoopte ik dat het een 1 april-grap was," zegt Van Leur. Maar tot teleurstelling van de oud RTL-weervrouw blijkt het plan van China bloedserieus te zijn. Op dit moment zijn 37.000 Chinezen bezig met het uitwerken van deze vorm van weermodificatie. Het idee is dat duizenden branders worden geplaatst op het Tibetaanse plateau. Deze branders spuiten de chemische stof jodiden in wolken, waardoor vocht zich sneller ontwikkelt tot regendruppels. In het verleden paste China dit al toe in Beijing, ten tijde van de Olympische Spelen in 2008.

Van Leur vreest voor de consequenties, als China jodiden op veel grotere schaal de lucht in gaat schieten: "Het is chemisch spul wat in de lucht komt. Uiteindelijk zal dit terecht komen in het grondwater. Mensen en dieren zullen het drinken, zonder dat bekend is wat voor effecten dit heeft op ons lichaam. Dit is angstaanwekkend." Bovendien is het een niet erg sociaal idee van de Chinezen: "Regen valt maar een keer. Als er meer in China gaat vallen, zal het in omringende landen nog droger worden dan het nu is."

Utopie

Hoogleraar meteorologie Bert Holtslag maakt zich minder zorgen. Hij noemt het plan van de Chinezen onrealistisch: "Op kleine schaal lijkt het opwekken van regen weleens gelukt te zijn, al is dat lastig om te bewijzen. Misschien was de regen zonder de jodiden ook wel gevallen." De enorme schaal waarop China het wil toepassen is onmogelijk volgens Holtslag: "Een kleine rekensom leert al dat je dan honderdduizenden, misschien wel miljoenen branders moet plaatsen in het Tibetaanse hooggebergte. In de huidige plannen van de Chinezen wordt gerept van duizenden branders. Veel te weinig. Voorlopig lijkt dit plan dus nog een utopie."