Sinds de Duitse piloot Andreas Lubitz vorige week moedwillig een vliegtuig vol passagiers neer liet storten in de Franse Alpen, is een enorme discussie ontstaan over hoe dergelijke scenario’s zijn te voorkomen.

Worden piloten wel voldoende getest en moet er niet meer worden gekeken naar de psychische gezondheid van een piloot? 

‘Onnodig gevaarlijk’. Zo typeert Jan Kwint, psycholoog en algemeen directeur van LTP, de huidige situatie in de luchtvaartsector. LTP voert de psychologische testen uit voor Nederlandse treinmachinisten. 

Piloten worden zeer grondig getest als zij worden aangenomen door de vliegtuigmaatschappij. Naast de jaarlijkse fysieke screening vinden er geen psychologische tests meer plaats en is de enige controle op de psyche van de piloot het inlevingsvermogen van de arts die de fysieke test afneemt.

Bij machinisten is dit wel het geval, zij ondergaan elke vijf jaar een psychologische keuring. Dit is vastgesteld door het IL&T, het Instituut voor Leefomgeving en Transport. Als een machinist een keer een fout maakt, zoals het negeren van een rood sein, dan ondergaat hij/zij binnen 24 uur een test.

De psycholoog is wettelijk verplicht de uitkomst van deze test door te geven aan de werkgever. Het gevolg kan zijn dat hij/zij de werkzaamheden als machinist dan niet meer kan uitvoeren. Jan Kwint begrijpt niet waarom deze procedure niet voor piloten wordt gehanteerd.

In EenVandaag een gesprek met Jan Kwint. Ook spreken we met Henk Groen van Human Company en met Wim Eilert, van de vakbond voor rijdend personeel.