Geen Grexit, geen faillissement, Griekenland is gered. Dat was toch de gedachte bij velen nadat vorig jaar zomer er een akkoord voor een Europees steunpakket van 86 miljard werd bereikt met Griekenland. De werkelijkheid is een andere. En dus wordt er door minister Dijsselbloem in Brussel voor het eerst serieus gesproken over iets wat jarenlang taboe was: schuldverlichting. 

De Griekse staatsschuld is inmiddels zo hoog dat zelfs in het meest gunstige scenario de Grieken pas over 44 jaar binnen de Europese normen vallen.  Griekenland voert hervormingen en bezuinigingen door die door Europa gevraagd zijn, maar de economie krijgt het land er niet mee aan de praat. De export daalt en het consumentenvertrouwen is op het laagste punt in drieënhalf jaar. Nog steeds is de werkloosheid 24 procent en de jeugdwerkloosheid zelfs meer dan 50 procent.

De vraag is zelfs of verdere bezuinigingen de economie zo snel doen aantrekken dat het land - ook nadat dit steunpakket in 2018 afloopt - zonder financiële steun van Europa kan. Met een torenhoge staatsschuld is het land in elk geval niet aantrekkelijk voor investeerders. Ondertussen verlaten veel mensen die zouden kunnen bijdragen aan de opbouw van de economie het land vanwege de uitzichtloosheid. De afgelopen twee jaar vertrokken ongeveer 200.000 hooggekwalificeerde Grieken naar elders. Een stijging van 300 procent ten opzichte van de tijd voor de crisis berekende de non-profit organisatie Endeavor.

Tijdens de Europgroep, de vergadering van alle euro-ministers van Financiën, van afgelopen maandag werd voor het eerst inhoudelijk gesproken over schuldverlichting. Geen van de geldschieters is voor kwijtschelding, maar door rente te verlagen en de looptijd van de lening te verlengen kan de schuld wel verlicht worden. Onze minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem is voorzitter van de Eurogroep. Hij vermoedt dat er tijdens de volgende vergadering op 24 mei een besluit over schuldverlichting genomen kan worden.

Hoe bijzonder is dat, hoe ziet dat er uit en waarom is het nodig? Economisch commentator Martin Visser van de Financiële Telegraaf duidt de recente ontwikkelingen in de studio.