Het armoedebeleid in Nederland sluit onvoldoende aan bij wat kinderen die opgroeien in armoede nodig hebben. Het beleid richt zich nu voornamelijk op vergoedingen voor bijvoorbeeld schoolreisjes, kleding of zwemlessen maar dit werkt slechts als een pleister op de wond.

Kinderen die in armoede opgroeien gaan namelijk niet alleen gebukt onder het feit dat ze te weinig spullen hebben, maar hebben vooral ook last van heel veel stress en onzekerheid ervaren.Er zou veel meer aandacht moeten komen voor het zorgen voor stabiliteit in de thuissituatie. Dat stelt Kinderombudsman Margrite Kalverboer vandaag in een nieuw rapport.  

Ook pleit de Kinderombudsman dat  er per gemeente één begeleider moeten komen die contact onderhoudt met gezinnen die in armoede leven. Daarvoor pleit Kinderombudsman Margritte Kalverboer in een dinsdag verschenen rapport. Die speciale begeleider zou dan een langetermijnplan moeten maken om de rust binnen het gezin te laten terugkeren.

Aan die rust ontbreekt het arme gezinnen vaak, schrijft Kalverboer. Zo zijn er bijvoorbeeld gemeenten die regelingen hebben voor fietsen of laptops, als die nodig zijn binnen het gezin. Volgens Kalverboer is het een goede zaak dat dergelijke regelingen er zijn, maar ze legt nadruk op het feit dat onrust binnen een gezin ervoor zorgt dat gezinnen ‘maar op een beperkte manier gebruik kunnen maken van de voorzieningen’.

Die onrust komt voort uit het feit dat de ouders vooral bezig zijn met leven van dag tot dag, stelt Kalverboer. Vaak doen ze enorm hun best om de dagelijkse gang van zaken in orde te krijgen, waardoor het lastig is om voor de lange termijn goed overzicht te krijgen.

Die onrust binnen het gezin zorgt er ook voor dat  kinderen uit arme gezinnen vaker problemen op school hebben of uitsluiting ervaren. “Ze hebben elke dag zorgen”, schrijft Kalverboer. Sommige kinderen vertelden hen dat ze niet elke dag een warme maaltijd eten, of uit huis gezet zijn door schulden. “Dat ze niet altijd meekunnen op schoolreisje. Veel kinderen schamen zich en vinden het moeilijk om erover te praten.”

In alle gesprekken die het team van de Kinderombudsman voerde klinkt door dat armoede meer is dan het missen van spullen. “Een moeder vertelde dat haar kinderen nooit worden uitgenodigd voor partijtjes, omdat zij zelf geen geld hebben om een kinderfeestje te geven. Deze kinderen en jongeren merken elke dag dat ze niet mee kunnen doen.”

In Nederland groeit nog altijd een op de negen kinderen op in armoede. In totaal gaat het om een groep van 378.000 kinderen. Het is voor het eerst dat er zulk uitgebreid onderzoek is gedaan naar hoe kinderen uit arme gezinnen hun leefsituatie ervaren.