De verkiezingen van Provinciale Staten van woensdag zijn door premier Rutte inzet gemaakt van zijn kabinetsbeleid. Al in januari vertelde Rutte dat het natuurlijk ook over de Eerste Kamer gaat, die Statenverkiezingen, en dus indirect over het wel of niet doorgaan van het beleid van Rutte 2. Dus logisch dat hij volop ging mee doen in de campagne, om op die manier het vertrouwen te vragen van de kiezer om door te mogen gaan met zijn beleid.

De vraag is: is dat een slimme strategie geweest? Zijn voorganger, Balkenende verkoos altijd de nadrukkelijk de rol van minister-president. Een man die boven alle partijen staat, zelfs bij verkiezingen. Rutte is nu niet meer  de premier die boven de partijen staat.

Minister-president Rutte is nu de man die in de campagne-stand staat. Hij schiet uit de heup op ieder probleem dat zich voordoet. Voor nadenken is geen tijd.

Zie de kwestie Verheijen: binnen een uur na publicatie reageerde Rutte: “opgeblazen verhaal”. Vervolgens moest de VVD Integriteitscommissie met stoom en kokend water een rapport produceren, om de vlek Verheijen zo snel mogelijk weg te poetsen. Rutte moest zijn woorden weer inslikken.

Of neem de kwestie Opstelten: “Ik zou hem zo weer benoemen”, blufte Rutte in het AD. Maar 48 uur later, was Opstelten al minister-af. Zelfs een kamerdebat werd ontlopen. Niet sjiek, maar een stuntelende Opstelten in de Kamer: dat kon de premier in campagne-tijd er namelijk niet bij hebben.

Of neem de sneuvel-stelling 'Kunnen Syriëgangers beter daar sneuvelen?' van Rutte in het RTL4 debat. De premier –of was het de VVD-leider- kende geen enkele twijfel: wat de Nederlandse premier betreft, konden ze beter daar sneuvelen dan terugkomen.

Allemaal kort-door-de-bocht standpunten en beslissingen, genomen door een premier die geen tijd heeft voor problemen en nuanceringen. Waar Rutte anders een keer tot tien zou hebben geteld, moeten de problemen die zich nu voordoen, ter plekke worden opgelost.

Rutte is nu de minister-president die zijn uiterste best doet om de VVD-leider Rutte te helpen. En Rutte is de VVD-leider, die de minister-president soms voor de voeten loopt. De suggestie van Rutte dat de Statenverkiezingen ook over het kabinetsbeleid gaan en dat de kiezer dat kan veranderen met zijn stem, is natuurlijk niet waar. Sterker: als straks de PvdA de helft van zijn kiezers ziet weglopen en de VVD zeker een kwart, zal de conclusie van het kabinet zijn: we gaan gewoon door. En juist dan zal de kiezer zich extra bedrogen voelen: eerst vraagt Rutte aan de kiezer om vertrouwen, om er vervolgens niks mee te doen.  Waarom heb ik dan gestemd, zal een kiezer zich afvragen? Die kiezer voelt zich dan bekocht.