Het was een zeer ongemakkelijke scene, gisteravond in de Tweede Kamer: CDA-fractieleider Sybrand Buma die voorzitter Anouchka van Miltenburg verwijt ‘sturend’ op te treden tijdens de vergadering.

Van Miltenburg valt stil, geeft aan zich ‘onheus bejegend’ te voelen, schorst de vergadering, loopt de plenaire zaal uit en pinkt een traantje weg. Het is de ontlading van al langer sluimerende ergernis van Kamerleden over de voorzitter. Het Kamervoorzitterschap is een veeleisende en vaak onderschatte functie. Van Miltenburg had in september 2012 een moeizame start en lijkt de kunst nog niet te beheersen.

Het roept herinneringen op aan de periode dat Piet Bukman (CDA) op de voorzittersstoel zat, tussen 1996-1998.

Bukman belandde door ouderwetse achterkamertjespolitiek op die plek. Van een openbare kandidaatstelling was toen nog geen sprake: de grootste partij had recht op de voorzittersstoel.

Toch gunde ‘Paars’ het CDA deze positie. Herman Tjeenk Willink (PvdA) was net vice-voorzitter van de Raad van State geworden en hoewel ze de grootste waren, eiste de PvdA het voorzitterschap niet op.

Het CDA had een kandidaat: Piet Bukman, de absolute senior in de fractie. De gereformeerde tuinderszoon had er al een respectabele politieke carriere op zitten: voorzitter van het CDA, minister van Ontwikkelingssamenwerking, staatssecretaris op EZ, minister van Landbouw...

Die staat van dienst bleek geen garantie voor succes: hij bakte er werkelijk niets van. Bij het CDA had hij de bijnaam ‘de Stalin uit Voorschoten’ verdiend door de hamer stevig te hanteren. Er was namelijk één ding waar hij niet zo van hield, en dat was: discussie. Dat bleek in de Kamer niet zo handig. Kamerleden klaagden over zijn totale gebrek aan gevoel voor het debat. Hij telde verkeerd bij stemmingen. Riep Kamerleden als kleuters tot de orde (Boris Dittrich (D66) en Jan Marijnissen (SP) kunnen erover meepraten). Vergat vaak zijn eigen microfoon uit te zetten. (“Zal ik hem afknijpen?”, schalde door de vergaderzaal). Al die tijd was zijn gezag in de Kamer nihil. ‘Bukman schaadt het aanzien van de Tweede Kamer’, schreven de kranten zelfs. Kamerleden klaagden steen en been, maar deden dat altijd anoniem. Openlijk klagen over de voorzitter was en is niet chique.

Er zijn overeenkomsten met de lijdensweg van Anouchka van Miltenburg. Ze is er in de afgelopen zeven maanden kennelijk nog niet in geslaagd om voldoende gezag op te bouwen. Ze heeft soms pijnlijke aanvaringen met kamerleden. (“Nee! Nee! Nee!” schreeuwend tegen D66-er Van Weyenberg). Ze kapt ze vaak onverwachts bruut af. En ze heeft de procedure soms niet in de smiezen (ze sprak na de verkiezingen met de koningin af, dat de informateurs Kamp en Bos op bezoek zouden komen).

Er is ook een belangrijk verschil met Bukman: de kritiek wordt nu in de volle openbaarheid geuit. Natuurlijk, er zijn veel Kamerleden, zoals Ronald van Raak (SP), die nog steeds vinden dat openlijke kritiek op de voorzitter ‘Not done’ is.

Maar de opmerking van Buma gisteravond was doelbewust en ‘out in the open’. Ook Joël Voordewind (ChristenUnie) maakt van zijn hart geen moordkuil. Hij vindt het gedrag van Van Miltenburg “een voorzitter onwaardig”. Dat hij samen met haar deel uitmaakt van het Presidium (het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer) maakt zijn uitspraken extra saillant.

Openlijke kritiek op de voorzitter, dat is nieuw. Maar heeft het ook consequenties? Het is bij mijn weten nog nooit voorgekomen dat een voorzitter zich terugtrok. Piet Bukman werd na een lijdensweg van twee jaar, als voorzitter zonder gezag, verlost door de eerstvolgende verkiezingen (die van mei 1998). Is dit het lot van Van Miltenburg? Doormodderen tot de verkiezingen van maart 2017? Je wenst het haar niet toe.

Hieronder de aanvaring tussen Sybrand Buma (CDA) en Kamervoorzitter Van Miltenburg.

Hieronder de reportage uit november 2012, over Van Miltenburgs gestuntel tijdens het debat over de regeringsverklaring.

Kritiek op Kamervoorzitter