Huisartsen kunnen niet nog meer taken van medische specialisten overnemen om zo kosten te besparen. Dat stelt huisartsenorganisatie LVH. Meer dan zestig procent van de huisartsen zegt dat de werkdruk nu al veel te hoog is. Ziekenhuizen, verzekeraars, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en het Ministerie van Volksgezondheid hebben maandenlang onderhandeld over hoe zorg goedkoper en efficiënter kan. Uitkomst: zorg moet meer ‘op de juiste plaats’. Huisartsen vrezen dat nog meer zorg bij hen terecht komt in plaats van bij medisch specialisten. Hierdoor zou veel geld bespaard kunnen worden. 

Duizelingwekkende bedragen in de zorg

De zorgkosten rijzen de pan uit. We geven er dit jaar met z’n allen het duizelingwekkende bedrag van 72 miljard aan uit en in 2021 zullen de zorgkosten waarschijnlijk verder zijn gegroeid tot een geschatte 86 miljard. Hoogste tijd dus om deze kostenexplosie een halt toe te roepen. 

Elk jaar bepaalt de zorgsector door middel van de zogeheten ‘hoofdlijnenakkoorden’ waar het geld naartoe gaat en welke zorg daarvoor geleverd moet worden. Om geld te besparen willen het Ministerie van Volksgezondheid, zorgverzekeraars en aanbieders dat zorg van de ziekenhuizen terug gaat naar huisartsen en andere zogeheten eerstelijns zorgaanbieders. Het gaat hier bijvoorbeeld om GGZ zorg, ouderenzorg, zorg voor chronisch zieken zoals diabetespatiënten, en kankerzorg. Meer verantwoordelijkheid en werkdruk dus bij de huisartsen en minder bij de relatief veel duurdere ziekenhuizen. Maar is dat wel te doen voor een doorsnee huisartsenpraktijk? Ruim zestig procent van de huisartsen geeft nu al aan dat de werkdruk veel te hoog ligt.  

KIJK & LEES VERDER:

Landelijke Huisartsen Vereniging waarschuwt: plannen niet haalbaar 

De LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) voelt de bui hangen en waarschuwt dat deze plannen zonder meer geld en zonder betere infrastructuur van de eerstelijns zorg niet haalbaar zijn. De LHV wijst op een pilot waarbij de hoeveelheid patiënten in een huisartsenpraktijk van 2100 naar 1800 terug is gebracht. 

Na anderhalf jaar blijkt uit deze kleinschalige pilot dat klanten tevredener zijn, huisartsen minder werkdruk ervaren en dat er zes procent minder doorverwijzingen naar ziekenhuizen plaatsvinden. Het project wordt mede door ziektekostenverzekeraar VGZ gedragen, die het  project ook landelijk zou willen uitbreiden. Marjo Vissers, divisievoorzitter zorg van VGZ, laat weten dat er nog meer onderzoek nodig is voordat men dit project breder gaat uitrollen. Maar de zorgverzekeraar is te spreken over de tot nu toe behaalde resultaten.

Het ministerie van VWZ heeft in een persbericht weten een extra bedrag van 425 miljoen euro uit te trekken om de transitie naar zorg dichter bij huis soepel te laten verlopen.