Met 76 zetels hebben CDA, D66, ChristenUnie en de VVD een nipte meerderheid in de Tweede Kamer. Waarvan twee partijen ook nog ideologische tegenpolen zijn. De vraag is dan: hoe stabiel is dit kabinet eigenlijk?

Naast de inhoudelijke verschillen zoals het verruimen van de euthanasiewet, zijn er ook persoonlijke tegenstellingen. Oud-Kamerlid Arend Jan Boekestijn (VVD) vindt die onoverbrugbaar groot en ziet voor de komende vier jaar obstakels. "De wereld van het christendom waar Gert-Jan Segers uit komt staat diametraal tegenover de wereld van D66. Denk aan het homohuwelijk.”

Kees van der Staaij (SGP) moet meteen terugdenken aan de vreemdelingenwet van Paars II. "VVD en PvdA lagen behoorlijk ver uit elkaar als het ging om de vreemdelingenwet. Toen deze twee partijen een compromis hadden gesloten zag je dat er weinig ruimte meer was voor inbreng van de andere partijen." 

Het verstandshuwelijk van D66 en ChristenUnie

In mei van dit jaar leek een kabinet met D66 en ChristenUnie nog onmogelijk, maar toch besloten de twee partijen een verstandshuwelijk. Volgens van der Staaij zijn de onverwachte gebeurtenissen die voor problemen kunnen zorgen. "Kijk bijvoorbeeld naar de discussie over het zelfmoordpoeder. De discussie dan dan plots opdoemd. Dan kun je als kabinet niet zeggen: dat staat op pagina 36 van het regeerakkoord."

Een boef kan je beter naast je hebben dan in het struikgewas

Het nieuwe kabinet van CDA, D66, ChristenUnie en de VVD heeft ook nog nipte meerderheid in de Tweede Kamer. Te weten: 1 zetel. Dit geeft iedere potentiële dwarsligger veel macht.

Arend Jan Boekestijn moet meteen denken aan CDA-Kamerlid Pieter Jan Omtzigt. "Omtzigt moet je wel minister maken, want anders heb je er teveel last van in de Tweede Kamer. Een boef kan je beter naast je hebben dan in het struikgewas.” 

Toch hoopt Boekestijn dat het kabinet de vier jaar vol maakt. "Maar dat zou dan wel een meesterlijke prestatie zijn onder deze omstandigheden."

Hoe stabiel is Rutte III?