'Als je Sharon niet wil als kolonel, dan krijg je hem als generaal. Als je hem niet wilt als generaal, dan krijg je hem als minister van Defensie. Als je hem niet wilt als minister van Defensie dan krijg je hem als Premier' was een bekend gezegde in Israël. Het kenmerkte zijn vermogen om op de lange duur altijd sterker terug te komen, gebruik makend van de afwisselende afstotende en aantrekkende werking die hij in Israël, maar ook in de rest van de wereld had. 

In 2004 schreef ik een biografie over de Israelische leider. Ik was naar aanleiding van een tweetal krantenartikelen over Sharon benaderd door boekenorakel Martin Ros: 'Jij gaat een boek over Sharon schrijven. Jij kan dat' besloot Martin. 

Het schrijven van het boek voerde mij langs de slagvelden waar Sharon had gevochten, langs Israelische generaals, die hem roemden om zijn strategische inzicht maar hem soms haatten vanwege zijn eigenzinnigheid, zijn roekeloosheid en zijn hardhandigheid. En langs zijn boerderij, waar ik zijn zoon Omri sprak. Langzaamaan kreeg ik het beeld van een onwaarschijnlijke carrière. Van iemand die meermalen was afgeschreven, maar zich altijd weer terugvocht. De ene keer sluw, de andere keer hardhandig.

Sharon was een man die bereid was te sterven voor de staat Israël, maar ook bereid was anderen te laten sterven voor zijn idealen. En dat ook deed. Tijdens die research word je als auteur heen en weer geslingerd tussen verschillende gevoelens. Afschuw, omdat hij door botte eigenwijsheid veertig parachutisten in 1956 de dood in joeg, omdat hij Israël met leugens het Libanese moeras inhielp, omdat hij in Libanon de Falangistische milities nooit de kampen Sabra en Shatilla in had mogen laten. En in had moeten grijpen toen de moordpartijen begonnen en zijn officieren hem dat berichtten, dagen achterelkaar. En veel respect voor zijn groezelige deals met projectontwikkelaars heb ik ook niet. Hij is dan wel niet veroordeeld, maar helemaal fris waren zin contacten niet. Zijn zoon Omri belandde er uiteindelijk zelfs voor in de gevangenis. 

Maar er is ook bewondering. Voor zijn durf. Zijn bereidheid voor te gaan in de strijd, om te zich niets aan te trekken van politieke trends, om zijn sterke overtuiging, die overigens niet de mijne was. Maar hij was een politicus die handelde vanuit een eigen visie, die niet bezig was met polls, maar met wat hij dacht dat goed was voor Israël. En sympathie voor de vader die in korte tijd zowel zijn oudste zoon als zijn vrouw door vreselijke ongelukken verloor, maar doorging voor zijn andere kinderen.

Natuurlijk vind je tijdens het schrijfproces van alles van zo'n man. Dat hij na de Libanonoorlog nooit meer in de politiek had mogen terugkeren bijvoorbeeld. Dat zijn nederzettingenpolitiek en zijn onvoorwaardelijke steun voor de kolonisten de staat Israel eerder uitholt dan versterkt. Maar ook dat hij gewoonweg de ballen had om dwars tegen de wil van zijn natuurlijke achterban zich terug te trekken uit Gaza. Ok, toegegeven, de geplande terugtrekking uit de Westbank zou niet zo onvoorwaardelijk zijn als uit de Gazastrook. Als je het plan van Sharon goed bekijkt zie je dat grote delen van de Westbank simpelweg geannexeerd zouden moeten worden, en zijn belangrijkste adviseur noemde de terugtrekking uit Gaza zelfs de 'formaldehyde' voor het behoud van grote delen van de Westbank. Maar waar anderen praten handelde hij. En hoe je het wendt of keert, er is geen kolonist te vinden in Gaza, even los van of de vraag of de huidige situatie nu zo geweldig is.

Maar wat moet je nu vinden, als je een streep zet onder de optelsom van Sharon's leven? Het hangt nogal af aan wie je het vraagt. De meeste Arabieren zullen wijzen op Qibya, op Sabra en Shatilla. Op de nederzettingen. Ook in Israël zullen velen beginnen over zijn kwalijke rol in de Libanon-oorlog, over de corruptie, maar ook over wat hij heeft betekent voor het land. De beslissende zetten die hij deed tijdens verschillende oorlogen, de terugtrekking uit Gaza, het doorbreken van impasses. 

Wat mij opviel is dat vrijwel iedereen uit zijn directe nabijheid, van zijn chauffeur tot leiders van verschillende minderheden in Israel, en van zijn Arabische medewerkers op zijn boerderij tot zijn secretaris zijn grote persoonlijke betrokkenheid met hun wel en wee roemden. Hij wist altijd alles, kwam langs op bruiloften en begrafenissen en hielp achter de schermen als ze hulp nodig hadden.

Voor de een was hij de reddende engel, voor de ander de duivel. Het bewijst eens te meer dat niets zwart-wit is in het Midden Oosten.