Een echte Feyenoorder ben ik niet, moet ik eerlijk bekennen. Mensen die heel hun identiteit spiegelen aan een voetbalclub, die spreken in 010 of 020, genieten mijn warme sympathie maar vooral mijn fascinatie. Toch koester ik warme gevoelens voor de Kuip, journalistieke neutraliteit moet je niet willen overdrijven.

Sommige dingen ontwikkelen zich tot een rode draad in je leven, omdat ze altijd weer terugkomen. Net als bepaalde mensen trouwens. Het zijn lang niet altijd de dingen -of de mensen- die je zo'n prominente plek gunt. Daar kun je dan weer veel betekenis aan geven en eindigen in therapie. Of erin berusten.

In de Kuip was ik dus al vaker geweest. Daarom is het een voorrecht er een soort van ode aan te brengen als verslaggever, geheel verpakt in journalistiek verantwoorde vorm natuurlijk. Nog een bekentenis: ik geloof in de goede vibraties van een plek. Van een gebouw, een stoel, of een cd-hoesje uit de jaren '80. Kille materialen. In het omgekeerde geloof ik trouwens ook, de afkeer van een plek. Het zit 'm daarbij niet in schoonheid of lelijkheid, maar eerder in een leuke, bijna terloopse herinnering.

Als puisterige tiener van 16 zag ik Bruce Springsteen in de Kuip. Het was de kennismaking met een nieuwe wereld, de eerste vlucht uit mijn dorp misschien wel. De klank van die ijzeren trappen, al bij het aangrenzende treinstation, de intimiderende wandeling naar zoiets groots. Ik zag er die zomer ook Michael Jackson playbacken op een geluidsband. En later Prince na twee nummers vluchten voor de regen. Mensen scandeerden toen nog het woord hondenlul en hielden het niet voor mogelijk dat er ooit stadions gebouwd gingen worden met een dak erop.

De opknapbeurt van de Kuip -een paar jaar later- maakte het stadion wat meer van deze tijd, al zou de oorspronkelijke architect Leendert van der Vlucht gegruwd hebben van zoveel beton. Zijn stalen ontwerp uit de jaren '30 was weliswaar vooral functioneel bedoeld, het is in schoonheid nooit meer geëvenaard. Het Olympisch Stadion? Dat mist die glorieuze aanlooproute, te weinig legendevorming ook. Staat daar maar een beetje gerestaureerd te zijn.

Dat lot wacht nu ook het Feyenoordstadion, vrees ik. Of erger. Als we het WK voetbal van 2018 hadden gekregen dan was de eerste steen -herstel, betonpaal- in Rotterdam al geplaatst. Dan was het 75-jarig jubileum een vroegtijdige afscheidsreceptie geworden. Laat het legioen het maar niet horen. Een rondleiding van de stadiondirecteur vorige week maakte niet alleen duidelijk dat de oude Kuip uit z'n vooroorlogse voegen barst, maar ook dat de dadendrang zich er niet tot voetbal beperkt. Hij wilde het woord sloop niet in de mond nemen. Maar vernieuwingsslag en een stukje commerciële ontwikkeling klinken minstens net zo eng. De stadiondirectie vindt het stadion niet meer van deze tijd. Zelfs clubiconen moeten dat schoorvoetend toegeven.

Nostalgie is ook niet van deze tijd.

Uren na de rondleiding meende ik iets te herkennen in de jongensachtige twinkeling in de ogen van Jan Bens, zodra het over de Kuip ging. Hij schijnt als bijna 91-jarige de oudst nog levende Feyenoord-speler te zijn. Speelde al aan het Feyenoord-onderkomen aan de Kromme Zandweg, toen het stadion nog gebouwd moest worden. Voor hem is het méér dan een rode draad in zijn leven, hij dreigt het monument zelfs te gaan overleven als de vastgoedjongens hun zin krijgen.

Monument?

Niet dus, het best bewaarde geheim van Zuid. De Kuip blijkt na enige rondvraag nooit te zijn voorgedragen als Rijksmonument. Die status zou sloop of andersoortige heiligschennis vrijwel onmogelijk maken. Zoveel had de stadiondirectie ook al bedacht. Legioen, grijp je kans.