Volgende week begint het grootschalige DNA-verwantschapsonderzoek onder 8080 Friese mannen in de regio rond Veenklooster, waar Marianne Vaatstra in 1999 werd vermoord. Het Openbaar Ministerie hoopt met dit onderzoek eindelijk de dader te kunnen vinden van de brute moord op de toen 16-jarige Marianne. Het verwantschapsonderzoek kijkt naar de aanwezigheid van een dader in familiekringen via DNA, om zo in een ultieme poging het boek Vaatstra te kunnen sluiten.

Mogelijk kende Marianne de dader en woonde hij in in de regio rond De Westereen (Zwaagwesteinde), het dorp waar Marianne Vaatstra woonde. Mocht de dader gevonden worden, dan gaat er een nieuw boek open voor de samenleving in het dorp.

Hoe ga je om met de mogelijke uitkomst dat de dader uit de eigen samenleving komt? En hoe groot is de spanning en sociale druk die de inwoners ervaren bij het geven van DNA, wetende dat je mogelijk daarbij bewijs levert tegen een eigen familielid? EenVandaag maakte een portret over de streek waar het DNA verzameld wordt en ging na wat de voor- en nadelen zijn van een DNA verwantschapsonderzoek.

Groot DNA-verwantschapsonderzoek in zaak Vaatstra