Zeventig procent van de asielzoekers die in  2015 in Nederland kwamen hebben een verblijfsvergunning gekregen en mogen dus gaan integreren. Als de vluchteling eenmaal een huis heeft is de gemeente verantwoordelijk om de vluchteling verder te ondersteunen in het vinden van zijn of haar weg in de samenleving.

Hoe verloopt die integratie nu het best? Het Sociaal en Cultureel Planbureau trok een heldere conclusie in het onlangs verschenen rapport ‘Geen tijd te verliezen’: een integrale aanpak is het meest effectief. Huisvesting, de taal leren, het doen van een opleiding, het vinden van werk, allemaal combineren in 1 aanpak zorgt voor het beste en snelste resultaat. 

Praktijk

In de praktijk blijkt dat gemeenten zelf bepalen hoe ze de integratie van statushouders aanpakken en dat die aanpak erg kan verschillen. Maar al te vaak is het een traag stappenplan: een statushouder krijgt zijn verblijfsvergunning, krijgt een woning toegewezen, gaat de taal leren en een inburgeringscursus doen en daarna  begint de begeleiding naar werk.

Sommige gemeenten beginnen nu met pilots waarin de verschillende facetten van integreren worden gecombineerd. Bijvoorbeeld in Katwijk. Daar worden tien vluchtelingen met een verblijfsstatus gehuisvest in een woonzorgcentrum. In het centrum leren ze Nederlands en krijgen ze een opleiding tot verzorgende of verpleegkundige. 

Intussen doen de asielzoekers vrijwilligerswerk en uiteindelijk kunnen ze bij zorgorganisatie DSV aan de slag. En het mes snijdt aan twee kanten want DSV vindt op die manier een oplossing voor leegstand en een steeds groter wordend personeelstekort. 

Hoe anders ervaart de 30-jarige Syriër Mohammed Al Mahamid het integreren in Nederland. Sinds afgelopen zomer heeft hij een huis in Rotterdam en volgt hij een cursus Nederlands. Hij wil graag aan het werk maar heeft geen idee hoe daaraan te komen. Volgens Mohammed is er niemand die hem wegwijs maakt, en in de multiculturele stad Rotterdam vindt hij het moeilijk om met Nederlanders in aanraking te komen.