Schuldgevoel kent vele vormen. Zo gaat collega Amanda uit schuldgevoel terug naar Rusland en andere verre streken om mensen te spreken die zij ooit -bij het maken van een reportage- voor haar gevoel in de steek heeft gelaten. Een herkenbaar gevoel. Maar schuldgevoel kent ook een bijna dagelijkse variant. Die van ons eten.

Zo stond ik zaterdag in de supermarkt en wilde een pak melk uit het schap pakken. Geitenmelk. Met het pak nog in m’n hand aarzelde ik ineens.

We begonnen met geitenmelk nadat onze dochter een rits dubbele oorontstekingen achter elkaar kreeg. Een van de artsen raadde ons geitenmelk aan, omdat deze laatste in tegenstelling tot (koe)melk beter verdragen wordt. Koemelk veroorzaakt bij kleintjes vaak allergie en ontstekingsreacties. Daarbij bleek de geitenmelk prima te drinken. Iedereen blij.

Bovendien had ik het idee dat de geiten-veehouderij nog niet door het bioindustrie-virus was getroffen. Ik zag romantische taferelen van geitjes in het stro; een kleinschalige veehouderij waar de waanzin van schaalvergroting en targets nog niet doorgedrongen was. Nog niet.

Maar het niet te vermijden ‘Q-koorts’ en het ‘ruimen’ (eufemisme...) van duizenden geiten sinds vandaag maken het kopen van een pak geitenmelk ineens een beladen zaak. Aan de ene kant steun ik door het kopen van melk deze tak van de veehouderij, die door de Q-koorts bedreigd wordt. Een tak van veehouderij die enorm gegroeid is de laatste jaren en zich dus –helaas- ook bij de intensieve veehouderij kan scharen inmiddels.

Maar de in tranen zijnde veehouders, dierenartsen die zich voor een duivels dilemma gesteld zien; beelden van nog in onwetendheid verkerende geiten doemen in me op. Door het kopen van datzelfde pak melk steun ik indirect ook het ruimen van deze 40.000, ook nog eens drachtige, geiten. Zonder grootschalige vraag naar melk geen intensieve veehouderij, geen Q-koorts en –zeker niet op grote schaal- ruimingen.

In de supermarkt kan ik onderhand geen vlees, zuivel of zelfs groente en fruit meer aanraken zonder een deken van schuldgevoel op me te laden. Laat ik karbonaadjes, biefstukjes of slavinkjes al onaangeroerd in het koelvak liggen (bij de biologische slager koop ik mijn schuldgevoel af, met als pluspunt dat het vlees lekkerder is); neem ik alleen nog maar “groene” Max Havelaar chocolade repen; koop ik zoveel mogelijk seizoensgroente en laat harico verts ingevlogen uit Kenia maar liggen of vis die dichtbij gevangen is en daarbij nog niet met uitsterven bedreigd is (dus: geen kabeljauw, roodbaars, tonijn en zeker geen paling).

We moeten naar een ander systeem -zoveel is duidelijk. Bij dit systeem verliezen we uiteindelijk allemaal: veehouders, dierenartsen, de dieren zelf en, aan het eind van de keten, de consument.

Want ik ben er wel van overtuigd dat over een eeuw kinderen in geschiedenisboekjes –beter gezegd, in geschiedenislessen op de iPod- onze bio-industrie als barbaars zullen bestempelen. Belachelijk, dat we ZO primitief aan ons eten moesten komen. Met alle ziektes, antibiotica-resistentie, dierenleed en ruimingen tot gevolg. En dus dat ellendige schuldgevoel...

Wanneer gaat het schuldgevoel over in een schuld-bewustzijn?