Wiens huis ooit door een ander een zwijnenstal is genoemd, kan opgelucht ademhalen: megastallen zijn namelijk superschoon. Tenminste, als we hoogleraar Diergeneeskunde Frans van Knapen mogen geloven. “Het gaat er in megastallen hygiënischer aan toe dan in een academisch ziekenhuis,” zei hij tegen het AD. Klopt dat? Martijn Rosdorff checkt het vandaag in Feit of Fictie.  

We hanteren in deze zaak een definitie van hygiëne als ‘grondige reinheid en alle daarop gerichte maatregelen’. “Je moet je intekenen, douchen, beschermende kleding aan,” zegt Van Knapen over de hygiëne in megastallen. Terwijl elke willekeurige bezoeker zomaar een ziekenhuis in kan lopen, met (onbewust) misschien wel met gevaarlijke bacteriën bij zich.

Kleren wisselen

Volgens varkenshouder Jan van de Wolfshaar, die een megastal met 2000 zeugen in Gelderland heeft, zit er dan ook een kern waarheid in. “Bij ons moet je eerst douchen, en dan andere schone kleren aan. Dan mag je pas naar binnen. Ook als je naar verschillende afdelingen in de stal gaat moet je telkens van kleren wisselen.”

Toch gaat de vergelijking mank, denkt Karel de Greef, onderzoeker van de Wageningen Universiteit. “In ziekenhuizen wordt heel netjes gewerkt, het is daar heel schoon. Dat is onvergelijkbaar met hoe wij dieren houden,” vertelt De Greef.“Als wij in onze schuur zouden wonen, zouden we ongeveer net zo hygiënisch wonen als varkens. Behalve dat er bij varkens een barrière omheen zit die er voor zorgt dat ziektes niet naar binnen kunnen komen.

Conclusie

Met de definitie ‘grondige reinheid en alle daarop gerichte maatregelen’ in gedachten kunnen we concluderen dat de hygiëne moeilijk te vergelijken is. In megastallen wordt insleep van bacteriën beter gecontroleerd. Maar in stallen wordt er volop in het rond gepoept en geplast. Dus hoe grondig rein het dan nog is? Megastallen en ziekenhuizen zijn in deze zin niet te vergelijken. Daarom beoordelen we deze stellen als fictie.