Twintig jaar geleden zagen veel mensen eigenlijk niets in een mobiele telefoon. Waarom zou je de hele tijd bereikbaar willen zijn? Een antwoordapparaat was toch zeker prima? Langzaam maar zeker is alles veranderd. We zijn meer dan ooit verbonden met elkaar en met een bijna oneindige stroom informatie. En nu zijn ook steeds meer zaken met elkaar en internet verbonden. Dit zijn niet alleen maar telefoons, tablets of computers, maar ook auto’s, verkeerslichten, afvalbakken, laadpalen, medische apparaten en gebouwen. Die verbinding maakt het leven makkelijker, veiliger en efficiënter. 

Kajsa Ollongren en Staf Depla

Wethouder Economie van Amsterdam en Eindhoven

De gigantische groei van internet – en de dingen die er mee verbonden zijn – brengt ook nieuwe vragen met zich mee. We zien dit in Amsterdam en Eindhoven, steden waar technologiebedrijven hun producten en diensten ontwikkelen en aan de man proberen te brengen. We zien dat er steeds meer sensoren in de stad komen, die data verzamelen van bewoners of bezoekers. Vaak zonder dat ze dat weten. We zien ook dat de afhankelijk van connectiviteit steeds groter wordt en dat de betrouwbaarheid niet altijd even goed gegarandeerd is. Het kan voor toepassingen als verlichting, verkeer of gezondheidszorg problematisch zijn dat we meer en meer afhankelijk zijn van technologie. Kijk ook maar naar de gevolgen van de stroomstoring onlangs in Amsterdam.

Net als bij andere grote historische ontwikkelingen, zoals de komst van de auto of elektriciteit, is het aan de overheid om te zorgen dat burgers worden beschermd tegen ongelukken en dat de markt op een transparante manier is georganiseerd en wordt gecorrigeerd waar nodig.  Want we willen dat de technologie in onze steden ten dienste staat aan onze inwoners. We willen dat wel op een moderne manier doen, en niet door allerlei extra beperkende wet- en regelgeving. Amsterdam en Eindhoven nemen het voortouw. Dat doen we door een aantal principes te gaan hanteren, waarvan we willen dat ook bedrijven en andere overheden ze ook gaan gebruiken. Principes die er toe moeten leiden dat het gebruik van data in en van de stad en het gebruik van de infrastructuur niet alleen gebruiksvriendelijk, maar ook veilig, transparant en eerlijk gebeurt.  Zonder er teveel over te vergaderen, want hoe langer we wachten, hoe groter de mogelijke problemen later worden. 

Onze principes zijn:

a. digitale infrastructuur moet bijdragen aan een leefbare, gezonde en veilige stad. De infrastructuur is er voor iedereen. Zij is ingericht conform de Europese en landelijke wet- en regelgeving rond privacy en security. 

b. marktpartijen, instellingen, overheden en bewoners zijn producent en consument van de digitale infrastructuur en van de ‘slimme diensten’ die daar gebruik van maken. De overheid regisseert en reguleert waar dat nodig is om de toegang, beschikbaarheid en de veiligheid van de digitale infrastructuur te waarborgen voor iedereen in de digitale stad.

c. de gebruikte technologie voor Internet of Things is bekend, veilig en interoperabel, kent ‘open interfaces’, ‘open protocollen’ en maakt gebruik van ‘open standaarden, tenzij….’ landelijke of Europese standaarden anders aangeven. Deze zijn leidend. Bewoners weten welke apparatuur in hun omgeving is geplaatst, hebben daar invloed op en kunnen daar gebruik van maken.

d. data is in principe open en beschikbaar om te delen, tenzij de wet- en regelgeving rondom privacy en veiligheid anders aangeeft, of als de data-eigenaar de data niet wil delen. De data over bewoners is van bewoners; zij zijn in principe de eigenaar en beslissen wat ermee gebeurt. De data van de digitale infrastructuur verzameld in en over de publieke ruimte is publiek.

Op deze principes gaan wij partijen die in onze steden zaken willen doen, aanspreken. En we roepen lokale en landelijke overheid op dat ook te doen, want alleen dan kunnen we de kansen optimaal benutten en problemen voorkomen. Alleen als we in Nederland, en liever nog in Europa, één lijn trekken, komt de technologie in onze steden in dienste van mensen te staan - in plaats van andersom.