Het zit erop: Nederland trekt zich morgen definitief terug uit de oorlog in Afghanistan. Na vier jaar strijd dragen de Nederlandse troepen het commando als ‘leading nation’ in de provincie Uruzgan over aan de Amerikanen. Daarmee komt voor de Nederlanders een einde aan een omvangrijke en gevaarlijke militaire missie. Vier jaar opbouwen en vechten in Uruzgan: was het het waard?

EenVandaag blikt terug met mensen die een hoofdrol speelden bij de missie. Er wordt onder andere gesproken met oud-minister Ben Bot (Buitenlandse Zaken), de bewindsman die aan de wieg stond van het besluit om te gaan en commandant der Strijdkrachten Van Uhm, de generaal die de troepen sinds 2008 leidde.

Hoe hebben zij de oorlog ervaren en wat is hun conclusie na vier jaar? Over de inzet van de Nederlandse troepen is iedereen het eens, over de resultaten verschillen de meningen: van optimisme over de wederopbouw tot grote teleurstelling over hoe Afghanistan in de greep blijft van de Taliban.

De Nederlandse deelname was de grootste in decennia: 16.000 militairen werden uitgezonden naar Uruzgan. De missie in Uruzgan kostte 1,4 miljard euro, waarvan 130 miljoen voor ontwikkelingshulp. De Nederlanders hebben 3200 Afghaanse militairen opgeleid en 1600 Afghaanse agenten. Er werden scholen gebouwd, boeren geholpen met landbouwprogramma’s en waterprojecten, wegen, bruggen en ziekenhuizen zijn aangelegd. 24 Nederlandse militairen kwamen om, 140 raakten gewond. Aan Afghaanse zijde vielen 90 burgerdoden.

Oud-minister pleit voor nieuwe missie Afghanistan

HILVERSUM - Een nieuw kabinet moet alsnog besluiten om een nieuwe, kleinere opbouwmissie naar Afghanistan te sturen. Die oproep doet oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot vanavond in het televisieprogramma EenVandaag. Morgen wordt het commando in Afghanistan definitief overgedragen en komt er een eind aan vier jaar Taskforce Uruzgan.

Bot stond in 2006 als minister aan de wieg van het besluit om de missie te sturen. Terugkijkend zegt hij dat de Nederlandse troepen 'veel hebben bereikt', maar dat het einddoel, stabiliteit, nog niet is verwezenlijkt. Om de klus af te maken pleit hij daarom voor blijvende betrokkenheid van Nederland bij de Navo-missie.

Teleurgesteld

"We zouden daar een erfenis achterlaten die zou beklijven, waar de mensen echt iets aan hadden. En wat je nou moet vaststellen is dat dat maar deels gelukt is. Er is enorm hard gewerkt, veel aan wederopbouw gedaan. Maar de stabiliteit hebben we niet kunnen brengen. Dat voelt niet goed. Ik voel dat echt als een teleurstelling. Waarvoor ik bevreesd ben is dat het vertrouwen dat we gekregen hebben van de lokale bevolking beschaamd wordt als zou blijken dat ook andere landen zich terugtrekken. En dat die provincie weer aan zijn lot wordt overgelaten. Dat zou ik heel erg vinden en me ook persoonlijk aanrekenen”, aldus de oud-minister.

Oproep

Bot doet een oproep aan het nieuw te vormen kabinet. "Ik hoop dat wij in de toekomst toch op een of andere manier weer een bijdrage zullen leveren daar. Want wij zijn daar nu zeven jaar geweest. We kennen het land goed, hebben veel ervaring. Dat moeten we nuttig maken in komende jaren. Of het nou een politiemissie is, een opbouwmissie met de nodige bescherming: ik hoop dat we betrokken blijven.”

Einde missie Uruzgan