Vroeger was alles beter – en goedkoper, hoor je ze wel eens zeggen. Maar is dat ook zo? Volgens Marcia Luyten, presentatrice van het tv-programma Buitenhof, is er in ieder geval één product dat niet duurder is geworden. In de uitzending van afgelopen zondag stelt ze dat een ei hetzelfde kost als zestig jaar geleden. In feit of fictie zoekt Martijn Rosdorff uit of deze uitspraak klopt. 

Haringen

Wie weet nou beter hoe het is gesteld met de prijs van eieren, dan de kippenboer zelf? Jaap van de Heg, pluimveehouder uit Lunteren, zit al 55 jaar in het vak. Hij vergelijkt de waarde van een ei met de waarde van een haring. “Vroeger toen ik met mijn vader naar de markt ging, kon ik voor één ei een haring kopen. Nu heb ik 30 eieren nodig voor één haring. Ja dat is gigantisch, één ei is niks.’’

Drie keer goedkoper

Hoofdeconoom van het CBS, Peter Hein van Mulligen, geeft uitsluitsel over de prijs van eieren. “In 1956 kostte een ei 9 cent, in 2016 was dat 21 cent.” Dat klinkt niet bepaald veel goedkoper, maar volgens Van Mulligen moet men rekening houden met inflatie en de waarde van de euro. “Als je dat meeneemt en omrekent dan kostte een ei toen 68 cent. Eieren zijn op dit moment dus ruim drie keer goedkoper dan zestig jaar geleden.’’  

Standaard product

Maar hoe kan het nou dat we zo veel minder betalen voor een ei dan zestig jaar geleden? Van Mulligen: "We zijn in Nederland steeds efficiënter geworden met het produceren van eieren. Daarnaast zijn eieren gewoon een standaard product, een ei komt uit een kip en is klaar om gegeten te worden. Het heeft geen productieproces nodig.'' 

Conclusie

De stelling is fictie, want we betalen niet evenveel als zestig jaar geleden voor een ei. We betalen minder. Drie keer minder welteverstaan.