Sinds de Tweede Wereldoorlog lagen de drie Nederlandse oorlogswrakken al op de bodem van de Javazee. Maar nu zijn ze verdwenen. De afdrukken die de schepen achterlieten in de zeebodem zijn nu het enige bewijs dat ze er ooit lagen. 

Het gaat mogelijk om plundering. Een pijnlijk gegeven voor de nabestaanden, want de wrakken zijn het oorlogsgraf van de 915 Nederlandse marinemensen en 259 Indonesiërs die omkwamen bij de Slag op de Javazee, in 1942.

Aandenken nabestaanden

De verdwijning van de schepen werd ontdekt tijdens een expeditie, in gang gezet door het Karel Doormanfonds. Karel Doorman was de commandant die met een van de schepen, de Nederlandse kruiser HR.Ms. De Ruyter, in 1942 ten onder ging. Met een duikvaartuig zouden filmbeelden gemaakt gaan worden van de De Ruyter en de twee andere Nederlandse wrakken, om zo de nabestaanden een aandenken te geven. Een mooi plan, tot de bemanning de schokkende ontdekking deed dat de schepen er niet meer lagen.

Als de schepen inderdaad geplunderd en als schroot verhandeld zijn, dan is dat grafschennis. Volgens het internationaal recht is het in ieder geval verboden om schepen te bergen zonder toestemming van het land van herkomst.

Onderzeeboot 0-16

Het kabinet stelt dat er nog onvoldoende informatie is om vast te stellen waardoor de schepen opeens zijn verdwenen. Maar het doet sterk denken aan de Nederlandse onderzeeboot O-16, die in 2013 werd geborgen voor de kust van Maleisië. 'Geplunderd,' weet Henk Bussemaker. Hij is de zoon van commandant A.J. Bussemaker, die met de O-16 verdronk in het water voor de kust van Maleisië. 'Geplunderd, en dat is heel iets anders dan geborgen!'

De O-16 kreeg in 1941 de missie op jacht te gaan naar Japanse schepen in de Zuid-Chinese zee. Dat ging voortvarend: in de eerste dagen brachten ze drie Japanse schepen gebruikt voor het transport van soldaten tot zinken. Maar het succes was van korte duur: na zonneschijn kwam de regen. Op de terugweg van hun succes in december 1941 voer de O-16 een Japans mijnenveld in. Midden in de nacht klonk een enorme explosie: Commandant A.J. Bussemaker was met zijn onderzeeboot op een mijn gevaren. Binnen een minuut gingen de 41 bemanningsleden met de boot ten onder. 'Mijn vader zat niet in de boot. Hij stond op de brug, maar hij is verdronken.'

In EenVandaag een gesprek met Henk Bussemaker over het lot van de O-16 en wat het betekent voor nabestaanden als een wrak wordt geborgen en verhandeld als schroot.