Noord-Korea claimt dit weekend met succes een waterstofbom te hebben getest. Een atoombom met een ongekende, allesvernietigende kracht. De wereld reageert geschokt. De schade die een waterstofbom kan aanrichten overtreft de verwoestende kracht van de atoombommen die in 1945 door Amerika op Hiroshima en Nagasaki werden afgeworpen.

Het is niet de eerste keer dat we opschrikken van een succesvolle kernproef. In 1998 testte Pakistan haar allereerste kernbom. Het land vierde feest, maar Westerse landen waren minder gelukkig met de ontwikkeling. Of zoals Philip Freriks het in het achtuurjournaal verwoordde: “Het is het schrikbeeld van veel Westerse mogendheden; een islamitische kernbom.” 

Uraniumverrijking

Die eerste ‘islamitische’ kernbom werd gemaakt met kennis uit Nederland, gestolen door de van oorsprong Pakistaanse atoomgeleerde Abdul Qadir Khan. Als leergierige, talentvolle student studeerde hij Metaalkunde aan de TU Delft. Later, in de jaren ’70 werkte hij voor Urenco in Almelo. Daar kon Khan ongehinderd informatie verzamelen over de verrijking van uranium met behulp van een ultracentrifuge. Die informatie smokkelde Khan naar buiten, naar zijn vaderland.

Het bleef voor Khan niet bij het ontwikkelen van de Pakistaanse kernbom. De ‘atoomspion’ verkocht de geheime informatie ook door aan onder meer Iran, Libië en Noord-Korea. 

Alarmbellen

Hoe een buitenlandse ingenieur ongehinderd geheime, nucleaire kennis kon stelen om in zijn vaderland een kernbom te bouwen, vindt Frits Veerman nog steedes onvoorstelbaar. Veerman was een collega van Khan bij Urenco en was zelfs met hem bevriend. In eerste instantie ging alles goed. “We kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer, en we hadden dezelfde interesses”, vertelt Veerman. Maar na verloop van tijd kreeg Veerman vertrouwde hij zijn Pakistaanse collega steeds minder. Helemaal toen Khan hem uitnodigde mee te reizen naar Pakistan, op kosten van de Pakistaanse overheid. “Toen gingen de alarmbellen rinkelen.”

Meldingen

Bovendien zag Veerman bij Khan thuis tekeningen liggen die daar niet hoorden. “Ik zag dat alle wetenschappelijke onderzoeken over de ultracentrifuges daar vertaald werden. Dat waren geheime rapportages.” In 1975 vertrouwt Veerman het niet langer en meldt zijn vermoeden van spionage aan de directeur van Urenco. Dat doet hij meerdere malen.

Met al die meldingen werd niets gedaan. Tot zijn eigen verbijstering werd hij ontslagen en was zijn carrière voorbij. Hij werd onder grote druk gezet zijn mond te houden. 

In 1983 werd Khan door een Nederlandse rechtbank toch veroordeeld voor spionage. Maar in 1985 werd dit vonnis vernietigd wegens een vormfout. Khan is later nog minstens drie keer teruggekeerd naar Nederland. Hij kreeg speciale toestemming van het ministerie van Buitenlandse Zaken om zijn schoonouders hier te bezoeken.