FLOOR BREMER, OHIO - Zojuist verdween plotseling mijn net geschreven blog van de radar op mijn laptop. Hij bleek zichzelf in de tijd terug te hebben geworpen: 1 januari 1970 gaf hij ineens aan als verwekkingsdatum. Toen bestond het woord blog nog niet. Ik overigens ook niet. Maar Canton wel, een stad(je) in het noord-oosten van Ohio. Het is wonderbaarlijk hoe ook mijn laptop zich in een andere tijd lijkt te wanen.

Het centrum van Canton lijkt een filmdecor. Mannen in veel te grote, fout zittende, pakken. Vrouwen met mantelpakken die bijna voor antiek doorkunnen: de rokken te lang, de kleuren te fel, de schoudervullingen te breed. Het haar van de gemiddelde vrouw in downtown Canton is orkaan-proof door de vele bussen haarlak die erin zijn leeggespoten. Sporadisch lopen deze mensen op straat.

Voor het merendeel zitten ze verstopt in kantoren waar de kleuren bruin, beige en grijs tevergeefs wachten op een nieuwe revival. De auto’s –zonder ben je nergens in Canton- storten bij het optrekken bijna in elkaar. Ik heb een keer geprobeerd iemand te waarschuwen dat zijn wieldop eraf vloog maar ik kwam niet boven het oorverdovende geluid van het optrekken uit. Voor een goede lunch hoef je ook niet downtown te zijn: hooguit een hotdog, of een burger in een vervallen diner. Je verwacht elk moment dat iemand het sein geeft voor de volgende scène van de film.

Maar mijn observaties blijken haaks te staan op de van de plaatselijke Kamer van Koophandel. Vijf heren hebben de tijd vrijgemaakt om mij over de pracht en praal van Canton te vertellen. Heb ik de vele art-galleries niet gezien? Het centrum profileert zich behoorlijk met kunst tegenwoordig. En ik ben zeker ook nog niet in de nieuwe Jazz-club geweest. Nu al – de opening was twee weken geleden- legendarisch. De top restaurants heb ik ook gemist?

Ik ben echt de lulligste niet. Ik wil ook best geloven dat er hard gewerkt wordt aan dit verval. Maar het is echt geen cultureel Chelsea in New York. Levendig en sfeervol zijn wel de laatste typeringen waar ik aan denk bij downtown Canton. Sorry heren.

“Er was geen betere plek om naar toe te gaan dan naar het centrum in de jaren zeventig. Maar ‘downtowns are gone’”, zal later iemand het met me eens zijn – buiten het gehoor van de hardop dromende Kamer van Koophandel mannen. “Je hebt tegenwoordig je grote winkelcentrum met je Wal Markt en je Starbucks en je hebt je suburbs. Daar wonen en leven mensen. Downtown is gevaarlijk. Daar heb je zo een pistool tegen je hoofd als het ze niet zint. Het is valse hoop te geloven dat je die dooie boel weer tot leven kan wekken.” Ik moet toegeven dat die laatste opmerking ook bij mij was opgekomen.

En wat heeft dit met de presidentsverkiezingen te maken? Downtown Canton staat symbool voor veel meer van dit soort verval in Amerika. Het is er gevaarlijk. De criminaliteit ligt hoog. Niemand wil er meer wonen. Daardoor verandert het in een spookcentrum. En presidentskandidaten vertellen nu eenmaal allemaal dat ze veiligheid hoog in het vaandel hebben staan. En zoals Canton zijn er veel meer dorpen en steden in Ohio. Op veel meer plekken veranderen wijken en florerende stadsharten in grijze uitgestorven niemandslanden.

In downtown Canton wonen de mensen die zo’n mooi huis in de suburb niet kunnen betalen. In deze stad leeft bijna een derde van de bevolking onder het bestaansminimum. Daar moeten die presidentskandidaten wat mee. Die mensen gaan ook stemmen. Of niet maar dat is een ander probleem. Ze vormen in ieder geval een steeds groter wordende groep binnen de Amerikaanse samenleving. Een samenleving die soms maar niet lijkt te beseffen dat de welvarende jaren vijftig voorbij zijn.