Plattelandsgemeenten in Brabant hebben in toenemende mate te kampen met drugsoverlast.  Terwijl de Nationale Politie zich richt op de problemen in de grotere steden, nemen de problemen in de regio toe. De middelen om de problemen het hoofd te bieden ontbreken, zeggen twee burgemeesters.

Waar in grote gemeenten de handel en productie van drugs de kop in wordt gedrukt, wijken drugshandelaren juist uit naar kleinere plaatsen: er is sprake van een waterbedeffect, schrijft De Volkskrant vandaag.

EenVandaag gaat op pad met de burgemeesters van Gilze en Rijen, en Heusden. Jan Boelhouwer waarschuwt samen met zijn collega Jan Hamming voor de toename van drugsoverlast in kleine gemeenten. Volgens de burgemeesters concentreert de politie zich op de grote steden, en ze vragen zich af of de dorpen daardoor nog wel afdoende op de radar staan.

Boelhouwer neemt ons mee door zijn gemeente, langs de door hem onlangs gesloten drugspanden. Hij legt uit waarom hij extra hulp nodig heeft van de Nationale Politie.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie reageert, naar aanleiding van de klachten van de burgemeesters: 'Van belang is dat deze burgemeesters zich gaan aansluiten bij de grote gemeentes voor een succesvolle drugsaanpak. De burgemeester bepaalt wat de politie doet. Daarbij wordt er niet bezuinigd op de politie (100 miljoen extra). Er is nog nooit zoveel politie in Brabant geweest en er is geen enkele politiepost gesloten. Dankzij de Nationale Politie is het juist makkelijker geworden extra agenten in te zetten, bijvoorbeeld uit andere regio's.'