'Vlaggetjes!' Het ritje van en naar de creche was de afgelopen weken een carnavaleske rit door een tijdelijk in elkaar gezet pretparkje. Overal waar je keek was de oranje caravaan langs getrokken. Mijn 2-jarige zoon kon kreten van enthousiasme niet onderdrukken bij het zien van straten met oranje vlaggetjes, oranje slingers, oranje zeilen wapperend langs de gevel en vlaggen met een trotse leeuw erop.

Hoe vaak we ook langs de vlaggetjes reden, nooit dempte zijn enthousiasme. Wat omslachtig legde ik uit dat de vlaggetjes er voor het voetbal hingen. Het was feest, want er was voetbal. De volgende ritten kreeg ook zijn vocabulaire steeds meer oranje tintjes: 'Oooooo, vlaggetjes! Voetbal! Feest!' Ik werd er helemaal vrolijk van.

De vrijdag van de wedstrijd Frankrijk-Nederland en ook de dinsdag toen Nederland B aantrad tegen Roemenië, hulden we hem in zijn 'Jong Oranje'-shirt. Geheel in stijl met de crèche zo bleek bij aankomst, toen de derde wedstrijd nog moest beginnen. Ook daar gingen de drie doldwaze oranje dagen niet opgemerkt voorbij. Op de glazen wand prijkte een levensgrote oranje leeuw in de stijl van Dick Bruna's Nijntje. Daarnaast stonden de uitslagen van de wedstrijden tot nu toe, in sierlijke letters: NED-ITALIE, 3-0, NED-FR 4-1, NED-ROEMENIE ...? De leidsters hadden voor de gelegenheid een oranje t-shirt en anderen een rood-wit-blauwe blouse aangetrokken. Ouders brachten met een glimlach hun kinderen binnen (zag ik bij sommige vaders niet een grijns?). Alles ademde de belofte van een lange en gelukzalige zomer, waarin het saamhorigheidsgevoel tot mythische proporties werd opgestuwd.

Zo zweefden we in bedwelmende toestand naar de kwartfinale toe. Dat beloofde wat gezelligs, met Guus en die rare Russen. Nederland tegen Nederland-3. Steeds meer straten vulden zich met oranje parafernalia. We vraten de sportbijlages gevuld met zelfverheerlijking over onze jongens: het geniale doelpunt van Robben, de messcherpe vorm van Van Persie, de onklopbare Van der Sar. We keken geamuseerd en trots naar het uitdijende Oranje legioen, waar buitenlanders zich uit enthousiasme spontaan bij aansloten.

Op de rotonde achter ons huis werd de pas aangelegde witte middencirkel knaloranje gespoten. Wel keurig binnen de lijntjes -we blijven Hollanders- zodat het net leek of de Dienst Stadswerken eigenhandig met oranje verf langs was geweest. Cadeautje van de gemeente. Niemand die er vreemd van opkeek, want wie deed niet mee aan dit festijn? Wie droomde niet stiekem van de finale op 29 juni, waarin we al druk speculeerden tegen wie we in het Ernst Happel Stadion in Wenen aan zouden treden? Zou het een beladen wedstrijd tegen onze Oosterburen worden? Of misschien de verrassende Turken, die van geen wijken weten?

De eerste barsten in het oranje glazuur dienden zich woensdag aan, toen het nieuws van het overleden dochtertje van Khalid Boulahrouz naar buiten kwam. En zaterdag ging het vanaf het eerste fluitsignaal bergafwaarts met het nieuw hervonden nabuurschap. Een knagende, ver weg gestopte faalangst over onze voetbalprestaties op EK- en WK niveau kwam weer bovendrijven. Sterven in schoonheid -tenminste, voor zover we zaterdag maar even niet meerekenen- is vooral iets waar onze jongens goed in zijn.

Tijdens het eerste ritje deze week naar de creche legde ik mijn zoon uit waarom de vlaggetjes waren verdwenen. En met de vlaggetjes de oranje zeilen, t-shirts, slingers, grote vlaggen, opblaashamers en oranje hoeden. Het voetbal is weg, vertelde ik toen we langs de rotonde reden, waar als enige het oranje nog was blijven zitten. Een schamel aandenken alweer aan een gemist EK, dacht ik even mismoedig.

'Voetbal weg?'

'Ja, we hebben verloren. En nu is het voetbal weg en de vlaggetjes ook.'

'O....da's jammer'

Onwillekeurig moet ik lachen om zijn wijsneuzerige opmerking.

'Ja, dat is zeker jammer.'

'Volgende keer, zijn er dan weer vlaggetjes?'

'Ja, de volgende keer zullen er weer vlaggetjes zijn.'

'O.....volgende keer weer feest?'

'Volgende keer is het weer een beetje feest, ja.'