Van alle Nederlandse musea heeft Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam waarschijnlijk het meest omstreden oorlogsverleden. Zo had het museum een directeur die samenwerkte met de bezetter en was er zelfs handel met de nazi’s. Het is een deel van de geschiedenis dat tot de dag van vandaag veel vragen oproept. Twee onderzoeken en een tentoonstelling moeten daar verandering in brengen.

In vier afleveringen bespreken we de donkere bladzijde van het museum. Verslaggever Roos Oosterbaan zoekt uit hoe we precies moeten terugkijken op die periode.

Duitsers kwamen naar Boijmans, niet andersom

Biograaf Ariëtte Dekker schreef een van de twee onderzoeken naar het museum, met de naam 'Omstreden verleden, Museum Boijmans Van Beuningen en de Tweede Wereldoorlog'. Ze ontdekte dat de rol van de meest omstreden betrokkenen van het museum genuanceerder ligt dan werd gedacht. Zo handelde de mecenas van het museum, de Rotterdamse havenbaron D.G. Van Beuningen (1877 – 1955), met de Duitsers, maar waren het de Duitsers die actief de onderhandelingen aangingen. "Heel vaak denkt men dat Van Beuningen zelf met zijn collectie onder zijn arm naar de Duitsers is gegaan om die collectie aan te bieden, maar dat is niet het geval."

Een ‘boodschappenlijstje’ van Hans Posse, de kunstinkoper van Hitler bewijst dat ook. Daarop staat de collectie van Koenigs, die Van Beuningen gedeeltelijk verkocht aan de Duitsers, op nummer 4. Van Beuningen stond bepaald niet alleen in die handel met de Duitsers. “Het neemt niet weg dat hij iets gedaan heeft dat hij niet had moeten doen. Maar je ziet dat er op hele grote schaal kunst verkocht is. In totaal is er  voor 60 miljoen gulden gedurende de oorlog aan kunst aan de Duitsers verkocht.”       

Dat hij zaken deed met de Duitsers betekent niet dat hij ook met hen sympathiseerde, zegt Dekker. “Daar is geen enkel bewijs voor gevonden.”

Collaboratie

De grootste smet op het museum is misschien wel de collaboratie van de toenmalige directeur Dirk Hannema (1895-1984). Hij liet zich in de Tweede Wereldoorlog benoemen tot een soort minister: ‘Gemachtigde voor het Museumwezen’ in het schaduwkabinet van Anton Mussert in 1943. “Dat is hem later heel erg kwalijk genomen. Terecht denk ik ook”, vertelt historicus Wessel Krul, die een boek over de directeur schreef.

Toch zijn de drijfveren om zich bij de Duitsers aan te sluiten niet alleen maar onbegrijpelijk. “Het was een oprechte bezorgdheid over het lot van kunstenaars die geen geld en inkomen meer hadden. Die stonden soms letterlijk met vrouw en kinderen op de stoep van het museum om te vragen of hij niet wat voor hen kon doen. Hij heeft gehoopt het op deze manier te kunnen oplossen”, zegt Krul. 

'Geen reden voor naamsverandering'

“Hoe goed ben je als je fout bent? Of hoeveel dingen doe je fout als je goed probeert te doen?” De directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, Sjarel Ex, wijst op de vragen die de geschiedenis van zijn museum oproept. Zo collaboreerde de toenmalige directeur Dirk Hannema met de Duitsers, maar deed hij er alles voor om het museum na de bombardementen van Rotterdam overeind te houden. “Beschermen van kunstbezit, mensen vrijpleiten uit kampen, brieven schrijven om mensen die waren opgepakt te ondersteunen... Als foute directeur heeft hij zich op heel veel fronten heel goed gedragen’, aldus directeur Ex die zich ook hardop afvraagt wat hij zelf in die situatie zou hebben gedaan. “De ethiek van het vak verdient veel onderhoud. Dat is mijn les.” 

Oud-directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) Ronny Nataniel stoort zich aan de naam van het museum: “Ik vind dat het museum eigenlijk niet de naam Van Beuningen verdient, dat doet wrang aan.” Naftaniel stelt dat Van Beuningen zich verrijkt heeft in de oorlog door kunst aan de Duitsers te verkopen. 

Directeur Ex reageert voor het eerst op deze kritiek. Hij wilde eerst de recente studies naar het museum afwachten. Nu de studies er liggen, zegt hij niets aan de naam te willen en kunnen veranderen. In 1958 heeft de Rotterdamse gemeenteraad besloten Van Beuningen toe te voegen aan de naam Museum Boijmans, nadat zijn collectie aan Rotterdam was geschonken. “Zoveel ik nu weet vind ik het voldoende om te zeggen: ik sluit me aan bij wat de gemeenteraad toen heeft besloten.”

Geroofde kunstwerken

Dertig kunstwerken in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam zijn mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog door het nazibewind geroofd. Dat onderzocht het museum zelf. Een schilderij van de 17e eeuwse kunstschilder Jacob van Geel is één van die werken. Het behoorde ooit tot de kunstverzameling van Joseph Gosschalk die het in de oorlog kwijtraakte. Zijn achterneef Bas Noordenbos en diens zoon Boris hopen binnenkort te horen of het echt om roofkunst gaat. Er loopt een onderzoek naar de herkomst van het werk.

Kijk & lees meer:

Het schilderij Berglandschap met boomstronk is te zien op de tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad’. Maar de heer Noordenbos en zijn zoon mogen het vandaag al komen bekijken. Het is voor het eerst dat ze het werk in het echt zien. "Het is emotioneel, omdat er nu een hele geschiedenis voor je ligt."

Noordenbos en zijn zoon hebben samen met het museum onderzoek gedaan naar Joseph Gosschalk. "Mijn oudoom is als Jood in 1943 opgepakt, naar Barneveld gebracht waar Joden werden opgesloten, daarna naar Westerbork. Toen hij daar was, heeft ene Vitale Bloch dit schilderij van hem losgepeuterd ofschoon hij er erg aan gehecht was en er nooit afstand van zou willen doen. Dat geeft wel een zekere mate van onvrijwilligheid aan”, vertelt Noordenbos. Zijn zoon vult aan: “Hij kwam gebroken terug uit het kamp. Na de oorlog heeft hij veel pogingen gedaan om zijn verloren kunst terug te krijgen. Tevergeefs, want ook zijn administratie waarin hij bij hield wat ooit van hem was geweest, was door de Duitsers geconfiskeerd.” Dat er nu een herkomstonderzoek is heeft voor hen daarom ook veel waarde. “Heel bijzonder en emotioneel. Er wordt toch nog recht gedaan aan deze geschiedenis.”