In de serie ‘De zomer van’ portretteren we schrijver Alfred Birney in zijn woonplaats Den Haag en aan het Scheveningse strand. Hij won dit jaar de Libris Literatuurprijs met zijn aangrijpende boek De tolk van Java.  Een autobiografische roman die een ontluisterende kijk geeft op de koloniale oorlog in Nederlands Indië.

In De tolk van Java beschrijft Birney wat de invloed is geweest van de onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands Indië (1945-1949) op zijn vader en zijn eigen leven. Het maakte zoveel indruk dat premier Mark Rutte het vuistdikke boek meegaf aan de ministerraad als verplichte kost voor in de zomervakantie.

Een vader met oorlogtrauma's

Birney beschrijft op een beklemmende manier het extreme geweld tijdens de dekolonisatie. Dat geweld komt van beide kanten: van Indonesische vrijheidsstrijders en van Nederlandse soldaten. Zijn Indische vader koos de kant van de Nederlanders en vocht tegen zijn eigen landgenoten. Als tolk en marinier martelde en moordde hij. Zo schoot hij op een vrouw met een baby in de arm, omdat een vrijheidsstrijder zich achter haar verschool. Birney’s vader stond hoog op de dodenlijst van Soekarno, de jonge leider van de Indonesische republiek. Voordat hij vermoord kon worden vertrekt hij naar Nederland. Waar hij zich zijn leven lang een tweederangsburger voelt. Hij trouwt met één van zijn correspondentievriendinnen, een Helmondse schoenmakersdochter. Het wordt een ongelukkig huwelijk. Hij botviert zijn oorlogstrauma’s op zijn vrouw en vijf kinderen. Birney is de oudste.

De tolk van Java

Op zijn dertiende plaatst de kinderbescherming Birney uit huis. Net als zijn broers en zussen groeit hij op in internaten. Later verdient Birney zijn geld als gitaarleraar en musicus. Als hij door een beschadiging aan zijn hand genoodzaakt is de muziek op te geven, legt Birney zich toe op het schrijven. De tolk van Java is zijn magnum opus die hem op zijn 64ste roem bezorgd bij een breed publiek. Zijn leven lang worstelde Birney met het pijnlijke verleden van zijn vader. Met dit boek sluit hij dit af. In De tolk van Java schrijft hij:

'Lang heb ik als een gek zijn waanzin bevochten. Nu ben ik een vermoeide brug die zich over een verleden buigt zonder zijn eigen spiegelbeeld in het water te zien. Ik vecht niet langer, ik houd ermee op.'