Het woord, een machtig wapen in de politiek, ligt onder vuur. De hyperbool, de overdrijving, staat ter discussie. Er was een moord voor nodig in Engeland. De burger is op hol geslagen, en reageert steeds heftiger op het ergens vóór of tégen zijn. Wat is er nu eenvoudiger dan een referendum? ‘Ja’ of ‘nee’ zeggen, makkelijker kan de democratie het je niet maken. Het is van tweeën één, maar het leidt bij sommigen tot een ernstige vorm van keuzestress.

Plots na de moord op een Brits parlementslid is een moment van zelfreflectie in de politiek ontstaan. Die opgelierde burger, ligt dat misschien aan de politiek? Dat is nu de grote vraag. Evenzogoed ook een pijnlijke vraag. Want politici weten als geen ander dat vooral in campagnetijd het onderscheid tussen de een en de ander, zeg maar tussen het Ja en Nee, scherp moet worden neergezet. Met een genuanceerd verhaal kom je niet op de voorpagina, op Nu.nl of in een talkshow. Streven naar consensus is een mooi ideaal, nodig om een samenleving te besturen, maar als je je van elkaar moet onderscheiden, als je uit bent op de macht, als je steun wilt van het electoraat, dan moet je er vol in gaan.

Het moet schrik aanjagen bij de campagnestrategen, speechwriters en spindoctors. Want zij zijn het meestal die verbale campagnevondsten uitdenken.

In Groot-Brittannië is alles al voorbij gekomen: draconische bezuinigingen, werkloosheid, loonsverlaging, dalende export, verhoogde kans op een Derde Wereldoorlog, dat alles als het lidmaatschap van de EU wordt opgezegd. Project Fear noemen de Britten deze strategie.

De ‘outters’, die Brussel zien als een monster, tonen angstaanjagende beelden van duizenden migranten die opstomen richting de UK. Migranten die op hun rug gaan liggen en gaan genieten van de welvaartstaat en het budget van het gezondheidszorgsysteem helemaal leegvreten. De EU is eigenlijk wat Hitler voor ogen had. Kortom, erger kan het  niet. En ook dit behoort tot de politics of fear, een beproefd middel om te waarschuwen voor een foute beslissing.

Iedereen zegt weleens iets raars of overdrijft. Maar het erge is dat er in dit geval over is nagedacht, het is strategie, het behoort tot de campagnetaal.  En de journalistiek schrijft het op, laat het zien en doet er in sommige gevallen zelfs aan mee.

Angela Merkel doet nu een oproep tot bezinning. De opwinding over politieke keuzes begint namelijk uit de hand te lopen. En ook al hoeven we nog niet te vrezen dat binnenkort Kamerleden met kussens en bierflesjes elkaar in de vergaderzaal over en weer bestoken, de atmosfeer is niet goed. Gewoon de macht controleren, besturen en regeren, de waarheid geen geweld aan doen, zeggen wat kan of niet kan, eerst feiten en dan de mening. Merkel heeft het zo niet gezegd, maar als het nog eens komt tot een verdragswijziging in de Europese Unie,  dan kan dit er mogelijk in worden meegenomen.