Amerikaanse verkiezingen zijn duur, heel duur. En dus is het belangrijkste dat een kandidaat in zijn campagne moet hebben: een goed gevulde campagnekas.

Met alleen donaties van kiezers haal je het niet. De campagne duurt immers lang, vooral als je de uiteindelijke nominee wordt. De schatkist moet dan aangevuld blijven tot november 2015. In 2012 kosten de presidentiële verkiezingen in totaal 2,5 miljard dollar. De verwachting is dat de kosten voor de verkiezing in 2016 oplopen tot 5 miljard dollar. De schatkist van de kandidaten moet dus goed gevuld zijn.

Hillary Clinton rekent op zo’n 2,5 miljard dollar, een verdubbeling van het campagnebudget van Obama in 2012. Het geld wordt uitgegeven aan personeel, verblijf en vervoer, research en peilingen en vooral aan reclamespotjes. Zendtijd inkopen op tv-zenders kost veel geld. Volgens de Wall Street Journal kost een week tv-reclame in 1 staat al gauw één miljoen dollar.

Het geld komt uit grofweg drie stromen: de partijkas, de Super PAC’s (een soort ongebonden actiecomite’s) en donaties. Alle kandidaten hebben wel een sugardaddy achter zich staan, of proberen lobbygroepen voor zich te winnen. Dit levert veel gebedel en geslijm op bij grote financiers. Zo hebben de twee steenrijke rechtse oliemagnaten Koch al menig Republikeinse kandidaat op bezoek gehad.

In wie hebben de financiers vertrouwen? Aan wie geven ze hun geld? Jeb Bush wordt een ‘bankable’ kandidaat genoemd; een investering waard. Maar haalt de onbekende Republikeinse kandidaat Kasich ook zoveel geld op? En waarom investeren in Bernie Sanders, de linkse kandidaat die het opneemt tegen Hillary en als communist wordt weggezet?

Het wordt interessant als er kandidaten gaan afvallen. Waar gaat hun geld dan heen? Welke kandidaat spint financieel garen bij de opgave van de ander?

Sugardaddy’s willen wel iets terug voor hun dollars. En dus verzachten de kandidaten hun ferme uitspraken van weleer of doen beloften voor ‘als ze in het Witte Huis zijn’. Of krijgt een grote donateur een mooie post toebedeeld, zoals Timothy Broas, die aan zijn donatie van ruim een half miljoen dollar in de campagnekas van Obama de ambassadepost in Nederland overhield.

Er is één kandidaat die zich niets van financiers hoeft aan te trekken. Dat is Donald Trump. Hij is zijn eigen sugardaddy en zijn schatkist is groter dan van menig kandidaat. Een deel van het electoraat ziet dat als Trump’s grote pluspunt. Hij hoeft zijn oren niet te laten hangen naar de verfoeide lobbyisten in Washington.

Geld genoeg, maar of het doorslaggevend is voor het presidentsschap?

Misschien is nog niet alles met geld te koop…..