Zaterdag kozen de Europese regeringsleiders de Poolse premier Donald Tusk tot voorzitter van de Europese Raad. Maar de opvolger van de Belg Herman van Rompuy staat niet bepaald bekend om zijn talenkennis. Hoe erg is dat, in zo’n internationale functie?

Tusk spreekt nauwelijks Engels en geen Frans: de voertalen in de Europese instellingen. De Pool beloofde bij de persconferentie over zijn aanstelling al beterschap: in december wil hij zijn Engels voldoende bijgespijkerd hebben om de pers te woord te kunnen staan. 

Probleem?

Tijdens de vergaderingen van de Europese Raad vormt zijn gebrekkige talenkennis geen probleem. Hier zijn altijd tolken bij aanwezig. Maar hoe zit dat met informele ontmoetingen en gesprekken in de wandelgangen?

EenVandaag spreekt met europarlementariër Wim van de Camp. Volgens hem kan een gebrekkige talenkennis ook nog wel eens een voordeel blijken. Ook gaan we langs bij taleninstituut ‘Nonnen van Vught’. Hoe lang duurt het om snel je Engels bij te spijkeren?