Met enige regelmaat word ik hier gevraagd om groepen jongeren toe te spreken om ze iets van de rest van de wereld te leren.  Als ‘de rest van de wereld’ word je doorgaans voor een klas geplant als een exotische entiteit. Priemende ogen verwachten iets van je. En ik ben er nooit helemaal zeker van wat dat nou precies is. Dus ik begin altijd maar ergens bij de verkiezingen en ik merk wel aan de reacties of het aanslaat. Meestal neemt mijn politieke invalshoek vrij snel een u-turn richting de drank en drugs wetten in Nederland, als de eerste vragen komen.

Vandaag werd ik verwacht op twee totaal verschillende plekken: de journalistiek studenten van de conservatieve Malone University en de jongens van de padvinderij. Ik had voor mijn eerste bezoek nog snel even de speech uitgeprint die Obama vandaag hield hier in Ohio over zijn nieuwe plannen voor de economie. (lees hier de hele toespraak) Ik dacht dat ze daar misschien naar zouden vragen. Ik had ook nog even de toespraak van McCain gelezen van vandaag, waarin hij zei een vechter te zijn die zich niet uit het veld laat slaan door zijn daling in de peilingen. Lees hier wat hij verder zei. Ik wilde mijn feiten juist hebben voor deze ongetwijfeld kritische studenten.

Maar niemand vroeg ernaar. Politiek leek ze niet zo te boeien. Op mijn vraag of ze het bijzonder vonden om te stemmen in Ohio, een belangrijke battleground staat, keken ze me niet begrijpend aan. Bijzonder? Op mijn vraag of ze wel eens gingen kijken bij de vele televisiestations en journalisten die in en uit de staat vliegen om iets te leren, keken ze me wederom raadselachtig aan.

Gek genoeg vond ik mijn gelijken bij de padvinders van een jaar of 11. Vanaf het begin af aan zaten we op een lijn: fascinatie voor details en de neiging af te dwalen. Vooral hun follow-up vragen getuigden van goed luistergedrag. Iets waar de journalisten hier op televisie nog wat van kunnen leren: Wat voor munt hebben jullie? De euro. Hoe dik is die euromunt? Ongeveer een kwart centimeter. Heb je hem wel eens tegen iemand aan willen gooien? Ja. Wat denk je dat er dan was gebeurd. Blauwe plek, als ik goed had gegooid. Hoe lang denk je dat zo’n blauwe plek dan blijft? Paar dagen. Waarom heb je dat dan nooit gedaan? Weet niet. Te braaf denk ik. Vind je het erg dat je dat bent. Ja, soms.

Goeie corner-techniek van die jongens. Ik wilde nog wel even doorgaan. Maar de scout-master greep in. Heeft Nederland een president? Het gemompel hield het in het midden tussen ja en nee. Nederland heeft een koningin, zei ik dus maar om ze uit hun lijden te verlossen. Het kon ze duidelijk geen moer schelen. Dragen jullie geweren, was hun verrassende wedervraag. Altijd een goede techniek om te gebruiken. Zie hem hier weinig voorbijkomen in de verkiezingsverslaggeving. Nee. Waarom niet? Dat mag niet, dat vinden we gevaarlijk. Maar hoe kun je jezelf dan verdedigen? Een rake klap uitdelen. Ja maar wat als iemand anders wel een geweer heeft? Dan heb ik pech. Kun je dan niet een paintball pistool meenemen? Zou kunnen. Ik kan ook heel hard wegrennen. Kun je hard rennen dan? Ja. Maar niet zo snel als een kogel. Weet je hoe snel een kogel gaat? Nee, maar zeker sneller dan ik kan rennen.

Ik ben benieuwd hoe McCain en Obama het er op het hakblok van deze enthousiaste padvinders vanaf hadden gebracht. In elk geval waren ze lang niet zo makkelijk weggekomen als ze hier doen op de nationale tv, met saaie debatten en voorspelbare interviews. Ik hoop dat deze jongens dezelfde nieuwsgierigheid bewaren als ze over een paar jaar mogen gaan stemmen. Van de journalistiek studenten op Malone University moeten ze het vooralsnog niet hebben voor hun toekomstige informatie.