Veroordeelde pedoseksuelen die hun celstraf erop hebben zitten en terugkeren uit de gevangenis, moeten terug naar de gemeente waar ze vandaan komen. Die gemeente krijgt de plicht de huisvesting in goede banen leiden.

Dat bepleit voorzitter Bernt Schneiders van het Genootschap van Burgemeesters in EenVandaag.

Schneiders: "Waar we niet naar toe moeten is een systeem waarbij we met pedo’s door het hele land gaan leuren om te kijken of iemand ergens gehuisvest kan worden. Ik pleit ervoor dat zedendelinquenten gewoon teruggaan naar hun eigen gemeente.

Als we dat niet doen dan krijg je een hele rare carrousel waar straks geen touw meer aan vast te knopen is.”

De voorzitter wijst een roulatiesysteem, waarmee telkens een andere gemeente kan worden aangewezen, resoluut af.  “Het uitgangspunt moet zijn: je komt uit de gevangenis, je hebt je straf uitgezeten, dan heb je een nieuwe kans, als een burgemeester dan kan zeggen je mag niet meer hier wonen, dan is dat een heel ver ingaande inbreuk op de vrijheid die mensen hebben.” Alleen als directe confrontaties met slachtoffers te voorzien zijn, kan naar een andere woonplaats worden gezocht vindt het Genootschap.

Burgemeesters, reclassering, gemeenten en justitie voeren sinds een paar weken overleg over verbeteringen in het terugkeerbeleid. Aanleiding is de telkens oplaaiende nationale discussie over de plaatsing van pedoseksuelen, zoals rond de komst van de veroordeelde oud-zwemleraar Benno L. naar Leiden.

Advocaten: verbeter toezicht

Maar behalve de huisvesting, moet vooral het toezicht op zedendelinquenten die terugkeren drastisch verbeteren, bepleiten strafpleiters gespecialiseerd in zedenzaken in de uitzending. Strafpleiter Erik Van Kregten, raadsman van Richard van O., de Amsterdamse pedofiel die met zijn man Robert M. werd veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij het omvangrijke zedenschandaal op Amsterdamse crèches, wijst op ‘een lacune in de wet’.

Van O. is sinds december vervroegd vrij en verblijft in een kliniek als onderdeel van voorwaarden waaraan hij zich moet houden. Maar als begin volgend jaar zijn volledige straf erop zit is er niks meer geregeld. Van Kregten: "Dan is er geen gedwongen toezicht op hem.

Strafrechtelijk is hij vrij om te gaan en staan waar hij wil.” Van Kregten zegt zich over het recidivegevaar van zijn cliënt geen zorgen te maken, maar “in zijn algemeenheid zit een leemte in het systeem waarin je kan zeggen, iemand heeft zijn straf uitgezeten en dan houdt het op. Ik kan me situaties voorstellen waarin je zegt, dan missen we een stukje extra toezicht.”

Richard Korver, advocaat van de ouders van de slachtoffers in de Amsterdamse zedenzaak, onderschrijft dat probleem. “Het is moeilijk te verteren dat iemand zo snel rondloopt, terwijl de gevolgen van de daden nog dagelijks voelbaar zijn in de gezinnen. Mijn cliënten vrezen voor herhaling en weten dat zodra de voorwaardelijke invrijheidsstelling voorbij is er geen gedwongen kader meer is. Dan ben je compleet afhankelijk van het feit of Richard van O. zelf de noodzaak van begeleiding in ziet.”

Wetsvoorstel Teeven

In de uitzending reageert Landelijk Advocaat-Generaal Han Moraal, namens justitie belast met het terugkeerbeleid van delinquenten. Moraal wijst erop er tijdens de Voorwaardelijke Invrijheidsstelling "al heel veel mogelijk is".

In die periode kunnen gedwongen behandeling, enkelbanden, gebiedsverboden, contactverboden worden opgelegd aan pedoseksuelen. Maar hij erkent dat als die periode erop zit, justitie en reclassering geen middelen meer hebben om zicht te houden op een zedendelinquent.

Dan kan alleen op vrijwillige basis hulp worden geboden door zorginstellingen. Hij wijst op het Wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven dat langer toezicht ook na het volledig uitzitten van de celstraf, mogelijk maakt. “Er zijn gevallen waarvan ik me voor kan stellen dat het goed is om daar wat langer toezicht op te hebben.”