Minister Bot van Buitenlandse Zaken kijkt vanavond terug op zijn reis door het Indonesische eiland Banda Atjeh. Volgens de minister moet Nederland voorzichtig en diplomatiek te werk gaan met de hulpverlening aan het eiland.

In de uitzending van vanavond zal minister Bot ingaan op de vraag hoe Nederland de besteding van haar goederen denkt te controleren en hoe zij zo min mogelijk de dupe wordt van corruptie en bureaucratie. Ook zal hij ingaan op het verleden en de koloniale bezetting van Indonesië door Nederland.

Nederlandse hulpverlening niet zichtbaar

De Nederlandse hulpverlening aan Atjeh is voor de Atjeeërs niet erg zichtbaar, hoewel Nederland in verhouding tot andere landen het meeste geld heeft toegezegd; 4,5 miljoen euro.Nederland doet in tegenstelling tot andere donerende landen niet aan PR- activiteiten.

Gecoördineerde hulp

Ook zijn er minder Nederlandse militairen actief in het gebied. Hier zou geen behoefte aan zijn. Volgens minister Bot richt Den Haag zich daarom vooral op de wederopbouw van het eiland. "We zijn hier niet om vlaggen te planten. Het gaat er niet om wie het grootst en het best is, maar om gecoördineerde hulp" zegt hij. Maar de zichtbaarheid van de hulpverlening door Nederland zal volgens Bot de komende weken vergroten.

Nieuwe bruggen in Atjeh

Nederland zal baileybruggen bouwen om de infrastructuur van het overspoelde gebied te herstellen. Verder zal Nederland helpen met het repareren en aanleggen van drinkwater- en sanitaire voorzieningen.

Wederopbouw belangrijker

Alwi Shihab, de Indonesisch coördinerend minister voor sociale zaken, stelt de Nederlandse houding wel op prijs. Volgens hem is er geen behoefte aan zichtbaarheid maar aan een snelle wederopbouw van het eiland.

Bot over Nederlandse hulpverlening