Hillary Clinton kan iedere stem goed gebruiken. Zo vlak voor de verkiezingen richt zij zich vooral op specifieke groepen. Latino's en Afro-Amerikanen hebben haar bijzondere aandacht. 

Die laatste groep stond in 2008 en 2012 massaal achter Obama. Het enthousiasme van Afro-Amerikanen voor Hillary Clinton was de afgelopen maanden een stuk minder groot dan in 2008 en 2012 voor Obama. Dit weekend deden kerken in heel Amerika een poging om zwarte Amerikanen naar de stembus te krijgen.

In een wijk in New Orleans met grote woonhuizen in pastelkleuren en overhangende bomen staat een kerk met een witte toren. In de kerk beklimt Priester Warren J. Ray Junior, een tanige man met een rustige stem, het spreekgestoelte. Voor hem zitten zo'n vijftig kerkgangers van de Second Free Mission Baptist Church. Allemaal zijn zij Afro-Amerikaans. Afgelopen zondag, een paar dagen voor de verkiezingen, wordt tijdens een dienst geprobeerd om de opkomst van Afro-Amerikanen een beetje op te krikken. In een regio met een lange geschiedenis van slavenhandel en racisme en waar relatief veel zwarte Amerikanen wonen, lijkt dit een kansrijke zaak.

Voor hij aan de politiek toekomt heeft Ray nog een lange lijst onderwerpen te behandelen. Zieke gelovigen, buitenlandse gasten en een aankomende fondsenwervingsactie: het wordt allemaal met evenveel precisie besproken. Toch kan het niemand ontgaan dat de verkiezingen vandaag centraal staan. 

'Just because you do not take an interest in politics, doesn't mean politics won't take an interest in you' lezen we in het programma. Ray stelt de bezoekers voor om ieder vier andere kiezers mee te nemen naar de stembus. 'Let's go: laten we onszelf horen in het stemlokaal', zegt hij gedreven. Op de eerste rij van de kerkbanken wordt instemmend geknikt door een oudere vrouw in een wit mantelpak: 'Amen.'

Na afloop van de dienst scharrelen de kerkbezoekers rond tafels met eten. Priester Warren J. Ray Junior kijkt uit naar dinsdag: 'Ik denk dat het erg belangrijk is dat wij onze visie geven. Zelfs in een Republikeinse staat als Louisiana. De verkiezingen bepalen onze toekomst, hoe de zaken er in het vervolg van ons bestaan uit gaan zien. De kandidaat die wint is niet noodzakelijk degene die wij willen als president, maar we moeten nog steeds onze mening geven.'

De kerk is onderdeel van The National Baptist Convention USA Inc en priester Ray kreeg van Jerry Young, president van de kerk, het verzoek om zijn achterban naar de stembus te dirigeren. 'Maar hij zei niet op wie we moeten stemmen. Dat mag niet van de wet', zegt Ray wat voorzichtig. Geeft de kerk wel stemadvies dan riskeert het zijn status als non-profitorganisatie. Niet dat het veel uitmaakt wat Ray zegt, 'de meeste mensen weten toch wel op wie ze moeten stemmen, denk ik.' Hij lacht besmuikt. Ray vertelt dat hij al naar de stembus is geweest. Het werd Hillary. Zolang hij dat maar niet vanaf de kansel zegt is er niets aan de hand. Niet voor de kerk en zeker niet voor Hillary.

Naar verwachting zal Trump gemakkelijk winnen in Louisiana, net zoals andere Republikeinse kandidaten voor hem. In de dagen voor de verkiezingen is het zelfs zo dat medewerkers van Clinton in Louisiana met kiezers in swing state Florida bellen in plaats van met kiezers in Louisiana. In Florida zijn de extra presidentsstemmen harder nodig dan in Louisiana. 

Helemaal vergeefs is de kerkelijke oproep in Louisiana geenszins: zwarte kiezers kunnen bijvoorbeeld het verschil maken bij lokale verkiezingen in hun staat, die gelijktijdig met de presidentsverkiezingen worden gehouden. Zodat ook in Louisiana iedere stem er toe doet.