In de strijd tegen zakkenrollers gaat de politie een nieuw middel inzetten: Big Data. Nummerborden van verdachte voertuigen worden gecombineerd met camerabeelden van de inzittenden en berichten op sociale media.

Door deze data-correlatie zouden straatcriminelen zoals zakkenrollers sneller kunnen worden herkend. De aandacht van de politie gaat vooral uit naar bendes uit Oost-Europa die zich schuldig maken aan winkeldiefstal en zakkenrollen. Samen met de Technische Universiteit Eindhoven wordt een proef gehouden in Roermond. De stad kent veel overlast door zakkenrollers. De data-gegevens van verdachte bezoekers worden geanalyseerd, zodat afwijkend gedrag sneller kan worden herkend.

De gedachte achter de nieuwe aanpak is dat een winkeldief, inbreker of zakkenroller zich anders gedraagt dan de rest van het publiek. De kunst is volgens de politie om verdacht gedrag er met behulp van nieuwe technologie uit te pikken. Daarvoor wordt op de Eindhovense campus een speciaal centrum ingericht.

Afwijkend gedrag

De strijd tegen zakkenrollers is van alle tijden, maar de aanpak verschilt voor wat de techniek betreft. Begin jaren negentig introduceerde de Amsterdamse politie een speciaal team om het rollen tegen te gaan. Voormalig politiewoordvoerder Klaas Wilting vertelt erover. "De leden van het team opereerden in burger, soms als zwerver, dan weer in een driedelig pak. Zolang ze maar niet op zouden vallen tussen het Amsterdamse publiek." De intocht van Sinterklaas kreeg de primeur. Teamleden werden getraind op het herkennen van afwijkend gedrag van een verdachte. De aanpak had effect en criminaliteitscijfers daalden.

De proef met het combineren van data om zakkenrollers te herkennen, moet ook uitwijzen of de privacy van niet-verdachte auto's gewaarborgd is. Een woordvoerder van de politie laat aan de NOS weten dat het altijd een agent is die bepaalt of iemand écht verdacht is, en niet de computer.