‘De internationale gemeenschap heeft steken laten vallen in de bestrijding tegen ebola.’ Dat stelt Katrien Coppens, adjunct-directeur bij Artsen zonder Grenzen. Ook vraagt de organisatie zich af waarom Nederland niet meer doet. ‘Naast financiële middelen, is vooral mankracht nodig. Waarom stuurt Nederland het leger niet?’

Urgentie

De urgentie om iets te doen is torenhoog, stelt Artsen zonder Grenzen. Anderhalve week geleden nam de VN-veiligheidsraad een resolutie aan om ebola te bestrijden, maar een actieplan ligt nog niet op tafel.

Coppens: ‘We zijn erg teleurgesteld in de wereldwijde aanpak en met name in de snelheid. Waarom hebben we nog niets van de Verenigde Naties gehoord? Iedere dag is in deze crisis er één teveel.’ 

Luister hieronder het interview terug:

Minister Ploumen van ontwikkelingssamenwerking stelde onlangs 15 miljoen euro beschikbaar voor bestrijding van de ziekte. Coppens: ‘Heel fijn, maar geld is pas het begin. Ik zou willen dat Nederland militaire zorgverleners naar het gebied stuurt. En materiaal, zoals de mobiele ziekenhuizen van het Ministerie van Defensie.’

Lokale acties 

In Radio EenVandaag praten we met Coppens over de Nederlandse aanpak. Is er voldoende urgentie of blijft het een ver-van-ons-bed show? Moet Nederland zich meer inzetten?

Daarnaast spreken we met Adbullah Kamara, Hij is afkomstig uit Liberia, maar al tien jaar woonachtig in Nederland. Uit wanhoop over de situatie in zijn thuisland is hij een individuele actie begonnen die dit weekend plaatsvindt in Almelo. We spreken met hem over zijn actie en over de penibele situatie in zijn land van herkomst. In drie weken tijd verloor hij zeven familieleden.

Ook spreken we met Erdi Huizenga  en Nick Zwinkels, de twee Nederlandse artsen van wie vermoed werd dat ze ebola opliepen in Sierra Leone. Ze gaan vandaag uit quarantaine.