De rust moet terug in de wereld van de huishoudelijke hulp. Gemeenten mogen niet langer met de goedkoopste zorgaanbieder in zee gaan, maar moeten meer op kwaliteit gaan letten. En de huishoudelijke hulp moet fatsoenlijk worden betaald. 

Staatssecretaris Van Rijn hoopt met een aanscherping van de Wet Maatschappelijke ondersteuning een eind te maken aan de cowboymarkt in de thuiszorg. Maar brancheorganisatie BTN noemt de aanscherping nu al “symboolpolitiek”.

Race naar de bodem

Tegenwoordig betaalt en biedt de gemeente de huishoudelijke hulp voor zorgbehoevenden aan. Vanwege bezuinigingen wordt er gesneden in het aantal uren hulp, en proberen de gemeenten deze hulp voor een zo laag mogelijke prijs in te kopen. Dit wordt ook wel de ‘race naar de bodem’ genoemd.

Omdat de bedrijven die de hulp leveren graag contracten willen sluiten met de gemeenten bestaat er een enorm scherpe concurrentie op de prijs. Om de contracten binnen te slepen bieden bedrijven steeds lagere uurprijzen aan. Uiteindelijk kunnen de aanbieders het voor deze prijs niet bolwerken en gaan ze failliet.

TSN

Dat zorgt voor veel onrust bij zowel de medewerkers als bij de mensen die de thuishulp ontvangen. Voorbeeld van die onrust is het naderende faillissement van TSN. Dit bedrijf verzorgt nu bij ongeveer 40.000 mensen de huishoudelijke hulp en heeft zo’n 12.000 medewerkers in dienst.

Door bezuinigingen en een te lage kostprijs is TSN in de financiële problemen geraakt en heeft het bedrijf uitstel van betaling aangevraagd. De curator verwacht dat het bedrijf half maart failliet verklaard kan worden. Momenteel wordt er hard gewerkt om te zorgen dat andere aanbieders de contracten van TSN kunnen overnemen, zodat de zorg en de werkgelegenheid overeind blijft.

Buurtzorg neemt in een groot aantal gemeenten deze contracten over. Dit bedrijf gaat huishoudelijke hulp leveren tegen een maximumtarief van €21. Voor veel gemeenten is dit bedrag te hoog, zij willen niet in zee met Buurtzorg.

Deze gemeenten zoeken dus naar een andere oplossing en dat geeft veel onrust. Veel medewerkers willen juist graag dat zij via Buurtzorg kunnen blijven werken, omdat deze stichting heeft toegezegd goede arbeidsvoorwaarden te garanderen. Het loon wordt dan volgens de cao betaald en de medewerkers worden in de juiste schaal geplaatst.

Plan van Van Rijn

Van Rijn heeft nu een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat een einde moet maken aan deze race naar de bodem. De staatssecretaris wil graag dat gemeenten niet alleen naar de prijs kijken, maar ook naar de arbeidsvoorwaarden en daarmee de kwaliteit van de zorg. Hij komt eigenlijk met een puntenlijstje waar gemeenten op moeten letten als ze een nieuwe aanbieder contracteren.

Zo schrijft hij voor dat de gemeenten ook moeten letten op opleidingsmogelijkheden voor het personeel. Ook staan er een aantal punten in die de gemeenten moeten meenemen om te komen tot een redelijke prijs, zoals salaris, reiskosten en een redelijke mate voor overhead (de kosten om een bedrijf te runnen).

Met de maatregel lijkt de staatssecretaris meer regie te nemen over de thuiszorg. Tot nu toe was het beleid vooral gericht op het uitbesteden van die regie aan de gemeentes: decentralisatie. Nu lijkt het erop alsof de landelijke overheid toch meer wil bepalen hoe de gemeentes hun werk doen.

De maatregel is gebaseerd op de code verantwoordelijk marktgedrag thuisondersteuning. Deze code is nu nog niet verplicht voor gemeenten, maar regelt hoe je tot een goede prijs/kwaliteit komt voor contracten voor thuishulp.

Deze code is nu door slechts 75 gemeenten ondertekend. Deze gemeenten willen dus uit zichzelf al werken op de wijze die de staatssecretaris nu verplicht wil maken. De code schrijft geen minimumbedrag voor, maar komt wel met een voorbeeldberekening, waarbij de prijs uitkomt op zo’n €22,50 - €27 euro. Dat is dus hoger dan het tarief dat Buurtzorg hanteert.

Kritiek

Vanuit de brancheorganisatie voor de thuiszorg, BTN, klinkt vooral kritiek op het plan van Van Rijn. Het zou veel te vrijblijvend zijn en in die zin vooral symbolisch zijn bedoeld.

Volgens Hans Buijing, directeur van BTN zal dit plan zeker geen einde maken aan de onrust.