Ze kregen jarenlang medicatie om rustig te blijven, maar in de gehandicaptenzorg ontstaat nu een omslag. Bij veel verstandelijk gehandicapte bewoners wordt langzaamaan de gedragsmedicatie afgebouwd.

Dat vraagt wel om een andere aanpak van het agressieve gedrag van bewoners. Want dat komt vaak voort uit onmacht en frustratie.

In 2014 worden in een proef bij Amerpoort, een instelling voor verstandelijk gehandicapten, en bij collega-instelling Sherpa zestig cliënten geselecteerd bij wie medicijnen worden verminderd. De behandelaars zijn blij met de resultaten: bij de helft lukt het om de psychofarmaca (medicijnen tegen psychoses, depressie en angst) volledig of gedeeltelijk af te bouwen.

EenVandaag volgt onder meer de zwaargehandicapte Andre uit instelling Amerpoort. Een beer van een vent met de verstandelijke vermogens van een klein kind (1-3 jaar). Met veel moeite is zijn medicatie verminderd. Dit was niet zonder gevaar voor het personeel. Want Andre kan hard slaan, schoppen en bijten.

Maar nu de medicatie deels is afgebouwd, zien zijn begeleiders en ouders ook een andere Andre verschijnen. Hij is alerter, vrolijker, minder snel overprikkeld en een stuk minder moe en hangerig.

Eerder promotie-onderzoek van Gerda de Kuijper - arts verstandelijk gehandicapten -  toonde aan dat een op de drie verstandelijk gehandicapten middelen gebruikt om psychoses te behandelen. Maar bijna zestig procent van de mensen die zo’n medicijn krijgt heeft geen last van psychoses. Zij krijgen de medicijnen om probleemgedrag zoals agressiviteit te onderdrukken. Het gaat hier in totaal om zo’n vijftienduizend mensen.

Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) wil nu dat dit oneigenlijk medicijngebruik helemaal wordt afgebouwd. Daar blijkt in het land veel animo voor. Tot eind 2017 gaan ruim 50 instellingen in de gehandicapten- en ook de ouderenzorg (de geriatrische afdelingen) aan de slag met de afbouw van gedragsmedicatie.