Tussen 2013 en 2015 verkocht DAF trucks in Eindhoven vrachtwagens aan Iran. Daarmee overtraden ze de Amerikaanse sanctiewet. Het Amerikaanse moederbedrijf PACCAR schikt daarom nu voor 1,7 miljoen dollar.

Op de website van het ministerie van Financiën is te lezen op basis van welke feiten de schikking is getroffen. DAF verkocht vrachtwagens niet direct aan Iran, maar aan klanten in Europa. En die leverden de trucks vervolgens aan Iran. Het ministerie verwijt DAF/PACCAR dat ze hadden kunnen weten dat de trucks uiteindelijk in Iran terecht zouden komen. In totaal gaat het om 63 vrachtwagens met een waarde van ongeveer 5,4 miljoen dollar. De schikking is 1,7 miljoen.

Levering aan Iran

DAF verkoopt vrachtwagens via een netwerk van meer dan 300 onafhankelijke dealers. DAF-dealers in Duitsland en Bulgarije leverden de trucks vervolgens aan Iran. Volgens het Amerikaanse ministerie had het bedrijf oplettender moeten zijn.

Zo diende in 2014 een DAF-dealer in Hamburg een order voor 51 vrachtwagen specifiek voor een Iraans bedrijf. Toen de dealer te horen kreeg dat DAF niet leverde aan Iran diende hij dezelfde dag een nieuwe order in met vrijwel identieke specificaties maar nu voor een eindgebruiker in Rusland. Toch verwerkte DAF het verzoek zonder verder onderzoek. In Bulgarije werden 10 vrachtwagens verkocht aan een erkende dealer in Sofia. De dealer verkocht ze aan een verhuurbedrijf dat de trucks vervolgens weer doorsluisde naar Iran.

Trainingen handelssancties

DAF Trucks in Eindhoven wil zelf niet reageren op de schikking. Maar op de website is te lezen dat het bedrijf PACCAR zelf de schendingen heeft bekendgemaakt.

Ook heeft DAF inmiddels een compliance afdeling opgezet en hebben ze beleid ingevoerd dat alleen directe verkoopovereenkomsten toestaat voor verkoop aan eindklanten. Doorverkoop van nieuwe vrachtwagens is per contract verboden. Sinds 2016 vinden er jaarlijks trainingen plaats op het gebied van handelssacties.

Lees ook