Een kwart van de leerlingen die de praktijkschool verlaat zit zonder werk thuis. Het lukt ze niet een baan te vinden. Een verloren generatie dreigt. Die waarschuwing geeft Huub Poels, voorzitter van het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs. Samen met hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen pleit hij voor het openhouden van de sociale werkplaats voor deze groep.

Lukte het de praktijkscholen in voorgaande jaren nog om 95% van hun oud-leerlingen naar werk te begeleiden. Dit jaar ligt dat gemiddelde op 75%, aldus Poels. Een kwart zit thuis. In grote steden is de problematiek nog ernstiger. In Rotterdam vindt maar 30% van de oud-leerlingen werk.

In EenVandaag een gesprek met staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook gaan we op bezoek bij School voor Praktijkonderwijs 'de Rijzert' in Den Bosch en Bakkerij Hutten in Veghel, waar werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt meewerken.

Praktijkonderwijs is een middelbare school bedoeld voor leerlingen voor wie het VMBO te hoog gegrepen is. Poels: “Voor deze jongeren is een half jaar thuis zitten een ramp. Alles wat we ze in vijf jaar op school geleerd hebben raken ze kwijt en is voor niets geweest.”

Participatiewet

Het probleem is ontstaan door de komst van de Participatiewet in 2015.  De instroom van nieuwe arbeidsgehandicapten naar de sociale werkplaats is gesloten en gemeentes en werkgevers worden gestimuleerd werkplekken aan te bieden aan deze groep. Veel oud-leerlingen lukt het echter niet mee te komen bij reguliere werkgevers. Of de plekken blijken, ondanks alle goede bedoelingen, niet geschikt. Omdat het vangnet van de sociale werkplaats voor zwakkere arbeidsgehandicapten verdwenen is en alternatieven niet van de grond komen, zitten ze nu thuis.

“Bijstand is geen perspectief”

“Het sluiten van de sociale werkvoorziening voordat je er een goede oplossing voor hebt is niet goed.” Dat beaamt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. “Een leven lang in de bijstand is geen perspectief.” Poels en Wilthagen vinden het daarom onontkoombaar dat een vorm van sociale werkvoorziening terugkomt voor deze jongeren.

Sociale werkplaats

Wilthagen vindt dat voor deze kwetsbare jongeren de sociale werkplaats weer zou moeten worden opengesteld. “Als noodoplossing. Want deze uitzichtloze situatie voor jongeren is schrijnend.” Huub Poels van het Werkverband Praktijkonderwijs pleit ook voor het opzetten van een duurzame structuur, iets zoals de sociale werkplaats. Een vangnet voor jongeren die niet slagen bij een reguliere werkgever. “Niet pamperen, uitdrukkelijk niet, maar deze groep mag niet vergeten worden.”

Eerder stelde ook de SER dat de toegang tot sociale werkplaatsen behouden moet blijven voor de meest kwetsbare groepen.