Hoeveel tijd hebben we nog en gaat het ons überhaupt lukken om overstromingen en hittegolven af te wenden? En wat moeten we dan doen? Die vragen staan centraal op de VN-klimaattop COP24 in de Poolse stad Katowice.

"Praten werkt averechts." Dat vindt Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid. Hij verwacht niet veel van de VN-klimaattop die zondag in het Poolse Katowice plaatsvindt. Aan die top, met de naam COP24, doen bijna 200 landen mee. "Praten wekt ten onrechte het idee dat er iets gebeurt, en er gebeurt niets. Dat is nu al dertig jaar gaande."

Van Egmond ziet dat partijen elkaar gegijzeld houden. "Het idee is: we gaan alleen iets aan dit probleem doen als iedereen meedoet. Dat geldt voor de industrie tegenover burgers, voor Nederland tegenover andere Europese landen en voor Europa tegenover de wereld. Hierdoor slagen we er niet in om iedereen mee te laten doen."

Het idee is: we gaan alleen iets aan dit probleem doen als iedereen meedoet.

Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde.

Wat gebeurt er in Katowice?

Het doel is om de opwarming van de aarde te beperken tot anderhalf tot twee graden ten opzichte van 1850, toen de Industriële Revolutie een vlucht nam. COP24 borduurt voort op het Klimaatakkoord van Parijs, dat eind 2015 door bijna 200 landen werd gesloten. Daar werd afgesproken dat de deelnemende landen hun CO2-uitstoot terug gaan dringen en dat armere landen via een hulpfonds van honderden miljarden euro's hulp krijgen met de energietransitie.

In Katowice worden de vrijwillige klimaatplannen van de deelnemende landen vergeleken om tot een 'handboek' te komen. Als het meezit schroeven de landen het tempo om de uitstoot te verminderen op. Want de aarde warmt sneller op dan verwacht: als de CO2-uitstoot blijft toenemen warmt de aarde eerder vijf graden op dan de geschatte twee van de klimaattop in Parijs.

Vervuiling heeft een prijskaartje

Van Egmond ziet slechts een enkele oplossing: "De rechtvaardige aanpak is een CO2-prijs. Niet alleen voor de industrie of centrales, maar over de hele linie. Dus het vliegtuig, de trein, auto en kachel betalen dezelfde prijs voor uitstoot. Ieder CO2-molecuul die in de atmosfeer terechtkomt heeft namelijk hetzelfde effect."

"Tegelijkertijd moet de belasting op inkomens of huizen omlaag. Want we hoeven er niet aan te verdienen; het gaat om de prikkel om het anders te doen. Dan wordt het interessant om een energiezuinige auto te kopen of je huis te isoleren, in plaats van een lange vliegreis te maken. Als vervuiling een prijs krijgt kan iedereen in vrijheid beslissen wat hij wel of niet doet."

Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde.

West-Europa moet het voortouw nemen

Van Egmond hoopt dat een aantal landen het voortouw neemt: "In plaats van te blijven praten moet West-Europa een voorhoede vormen. Het probleem (de CO2-uitstoot, red.) is hier lang geleden ontstaan, laten wij het dan ook oplossen. We beginnen met Frankrijk, Duitsland en de Benelux om dat CO2-beleid in te voeren. Je zult zien dat andere landen zich daarbij aansluiten."

Remco de Boer, energietransitie-expert en journalist, ziet dat de wereld steeds meer gassen uitstoot. Vanaf nu moeten we bijna 50 procent minder gaan uitstoten. En dat moet in de rijke en industriële landen gebeuren; andere landen zijn nog niet zo ver.

China, verantwoordelijk voor 26 procent van de broeikasgassen, kan volgens De Boer pas in 2030 de uitstoot gaan temperen. India's bevolkingsgroei is zo groot dat de uitstoot van broeikasgassen eerst nog zal toenemen. Pas daarna kan het minderen. Toch heeft een land als India een kleine ecologische voetafdruk, zeker vergeleken met West-Europa: 250 miljoen Indiërs, bijna twintig procent, leven zonder elektriciteit.