Tien dagen lang kan je in Nederland bergfilms bekijken op het Dutch Mountain Film Festival. Naast de grote filmfestivals zoals IDFA, zijn er in Nederland veel meer en steeds groter wordende filmfestivals met een specifiek genre te vinden. Heeft elke filmsoort een eigen festival? 

Mountainbiken, klimmen en over ‘highlines’ in de lucht lopen: naar de film gaan is niet de enige activiteit op het Dutch Mountain Film Festival. De activiteiten vullen veertig bergfilms aan, die gedurende tien dagen worden getoond in het Nederlandse Heerlen en het Duitse Aken. "Een filmfestival is vaak meer dan alleen naar de bioscoop gaan en de film bekijken", zegt filmwetenschapper Marijke de Valck. 

Conflict tussen natuur en mens

Dat een bergfilm alleen maar over bergen gaat, of de mensen die daar wonen, is een misvatting volgens Toon Hezemans, die samen met Thijs Horbach het festival oprichtte. "Het zijn alle films die gaan over de mens in conflict met de natuur en over mensen die buiten de begaande paden bewegen", vertelt Hezemans. "Ook experimenteert het genre veel met film, omdat je in de natuur soms onder extreme omstandigheden moet filmen, zoals grote hoogtes of zwaar weer." 

Ondanks dat een bergfilm dus meer is dan een verhaal dat zich afspeelt in bijvoorbeeld de Alpen, lijkt Nederland niet het eerste land waar men aan denkt voor een Bergfilmfestival. "Het fenomeen filmfestival is eigenlijk ontstaan doordat het reguliere aanbod van cinema niet heel veelzijdig is. Vaak worden dezelfde soort films gedraaid", zegt Marijke de Valck. "Er zijn films die moeilijk door de criteria van bijvoorbeeld bioscopen heenkomen. De filmfestivals bieden wel een platform om films te tonen die via andere kanalen moeilijk te verkrijgen zijn." 

Filmfestivals met specifiek thema 

Grofweg de helft van de filmfestivals heeft volgens De Valck een specifiek thema. Die thema’s kan je verdelen in een aantal categorieën. "Je hebt festivals die focussen op een doelgroep, zoals kinderen. Of festivals die een subgenre vertonen, zoals horror- en fantasyfilms", zegt De Valck. "Ook zijn er festivals die films uit een geografische regio laten zien." Het filmfestival CinemAsia laat bijvoorbeeld films zien die uit Azië komen of door Aziatische filmmakers zijn gemaakt.

Toch is er niet voor alle filmfestivals een lang leven weggelegd. Nederland had bijvoorbeeld ooit een festival voor Iraanse film, maar deze is inmiddels gestopt. "Het heeft vaak te maken met financiering. Dat is een combinatie van subsidie, kaartverkoop en sponsors. Voor sommige festivals is de markt erg klein. Dat is dan op een gegeven moment niet meer op te brengen", zegt De Valck. 

Aanbod en diversiteit uitbreiden

Filmfestivals zijn niet uniek voor Nederland. "In Duitsland en Engeland moet je denken aan ongeveer 700 festivals per jaar. Die hebben vaak een regionale publieksfunctie, omdat het land een stuk groter is", vertelt De Valck. 

Het doel in Nederland is voorlopig nog niet om 700 festivals te halen, maar wel om het aanbod van film en diversiteit in cinema uit te breiden. "De festivals zijn belangrijk, omdat film een medium is dat een ander perspectief op de wereld kan laten zien. Het is fijn als daar een breed aanbod van is in Nederland", zegt De Valck.