Veluws, Gelders, Twents, Drents, Gronings, het zijn allemaal dialecten van het Nedersaksisch. Een taal die deze maand officieel erkend is als ’een wezenlijk, zelfstandig en volwaardig onderdeel van de taal in Nederland’. Een mooie erkenning, maar gaat de taal het redden? “Het blijft niet lang bestaan”, zegt taalkundige Wim Daniëls. 

Anne Doornbos van Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied (SONT) is dolgelukkig met de erkenning. “Het betekent voor ons een feitelijk acceptatie, dat het als volwaardig wordt gezien.” En dat werd eens tijd, vindt Doornbos. “De taal komt namelijk niet uit het Nederlands voort, maar het Nederlands komt voort uit andere talen, zoals het Nedersaksisch.” 

Lees ook:

Nedersaksisch in Duitsland en Denemarken

Het Nedersaksisch wordt ook niet alleen in Nederland gesproken. In grote delen van Duitsland en zelfs in een stukje Denemarken kan je je verstaanbaar maken in het Nedersaksisch. “Als ik op vakantie ga naar de andere kant van Duitsland kan ik nog steeds met het Nedersaksisch uit de voeten. Zelfs tot in Polen aan toe, als ze een variant van het plat-Duits spreken”, zegt Doornbos.

Een taal die dus over de landsgrenzen reikt, maar ook diep geworteld zit in de mensen die ermee opgegroeid zijn. Bennie Jolink van de band Normaal zingt in het Nedersaksisch, hij kan niet anders: “Het dialect vind ik geschikter om gevoelens in uit te drukken dan in het Nederlands.” Jolink maakt duidelijk onderscheid tussen Nederlandstalige muziek, en de muziek die hij zelf maakt. “Nederlands is echt als Duits: echt een geconstrueerde taal. Goed voor wetenschappelijke en politieke discussies, maar niet om te zingen. Ik heb niks met Nederlandstalige muziek.“

‘Aldebastend’ en ‘onmundig’

Jolink kan zich beter uitdrukken in zijn moedertaal: “Het dialect klinkt gewoon mooier, ik kan beter het gevoel overbrengen.” Ook kan hij andere boodschappen beter overbrengen in het Nedersaksisch. “Je hebt veel krachttermen zoals ‘aldebastend’ of ‘onmundig’. Dat bekt lekker.”

Allemaal leuk en aardig, maar de jeugd neemt het Nedersaksisch nog niet echt lekker over van pa en ma. Blijft de taal wel bestaan? “Nee”, zegt Wim Daniëls. “Zo’n erkenning is erg mooi, maar het zet niet echt zoden aan de dijk.” Zolang jongeren het niet gaan spreken, is het maar de vraag of het blijft bestaan, aldus de taalkundige. 

Toekomst voor het Nedersaksisch?

Doornbos herkent ook dat niet alle jongeren nog echt Nedersaksisch spreken, maar is minder pessimistisch. “Ik denk niet dat het verdwijnt. Iedere taal verandert, het Nederlands, het Nedersaksisch, het Fries. Mensen maken een taal.” Het zal dus veranderen volgens Doornbos, maar zal niet snel verdwijnen. 

Maar als jongeren het simpelweg niet willen spreken? “Twee dingen zijn heel dom: verbieden en dwingen. Je moet nooit mensen verbieden een taal te spreken. Of juist mensen dwingen.” Jongeren en kinderen dwingen gaat er dus niet in, “je moet het stimuleren.”

Opstand om de taal te redden

Daniëls ziet nog een ander redmiddel: "De Drenten zouden in opstand kunnen komen, daarmee kunnen ze de taal redden, kijk maar naar Catalonië. Maar ik acht de kans dat ze dat echt doen erg klein.”