Zijn foto’s van Nederland in oorlogstijd en later de wederopbouw maakte Cas Oorthuys tot een van de belangrijkste fotografen van zijn generatie. Maar lang niet al zijn werk is geïdentificeerd. Zijn immense archief in het Nederlands Fotomuseum bestaat uit liefst 450.000 foto’s, en kan onmogelijk door het museum worden beschreven. Reden voor het museum om het volledige archief online te plaatsen en de hulp van het publiek in te roepen.

De 450.000 foto’s op contactbladen zijn geplaatst op de website van Velehanden en het Nederlands fotomuseum. Dit is een online platform waarop archieven en musea scans of foto's kunnen aanbieden, zodat de crowd, het grote publiek, deze beter toegankelijk kan maken.

‘Mensen uit het verzet herkenbaar in beeld’

Ook zoon Frank Oorthuys heeft zich als medewerker op het platform ingeschreven. “Ik weet veel over de foto’s die mijn vader in Amsterdam maakte”, zegt hij. Zelf is hij vooral benieuwd naar wat het publiek kan vertellen over de foto’s die zijn vader aan het einde van de Tweede Wereldoorlog maakte. Oorthuys maakte onderdeel uit van De Ondergedoken Camera, een groep Amsterdamse fotografen die illegaal de bezettingstijd vastlegden “Mensen uit het verzet waren herkenbaar in beeld. Dat moet heel gevaarlijk zijn geweest”, zegt zijn zoon.

‘Op zoek naar specifieke kennis’

Cas Oorthuys (1908-1975) maakte confronterende foto’s van de hongerwinter, het verzet en de bevrijdinging, hij documenteerde de wederopbouw en de industriële groei in Nederland en portretteerde gewone mensen in het dagelijkse leven. Zijn werk werd wereldwijd gepubliceerd in tijdschriften, boeken en kalenders.

“Het archief van Oorthuys is een van de grootste en best gerangschikte”, zegt Martijn van den Broek, hoofd collecties van het Nederlands Fotomuseum. In het meterslange archief staan 440 albums met ieder 1000 contactafdrukken (weergaven van negatieven) die gerangschikt zijn op thema en onderwerp. “Alleen is binnen de albums heel weinig opgeschreven” zegt Van den Broek. “We zijn op zoek naar specifieke kennis over uiteenlopende zaken, want Oorthuys fotografeerde letterlijk alles en overal ter wereld.”

Vrijwel elk beeld raak

De afgelopen maanden is het omvangrijke archief al gedigitaliseerd. Dat was nodig omdat de fotoboeken soms bijna uit elkaar vielen. Uit het archief maakt Van den Broek op dat Oorthuys heel trefzeker fotografeerde: bijna elk beeld is raak. Of het nu gaat om de dynamische foto’s van de Rotterdamse haven of de straatbeelden van voorbijgangers in Parijs.

In het archief ligt ook een speciale map met foto’s van de familie Oorthuys. “Mijn vader maakte altijd foto’s van ons en die publiceerde hij ook”, zegt zoon Frank. “Hij verstopte zijn eigen familie stiekem in zijn boeken.” Zijn vader was altijd aan het werk. Thuis liepen fotobedrijf en huishouden in elkaar over. Zijn moeder plakte de contactdrukken in de boeken en rangschikte de negatieven.  “Er was altijd gedoe, het was dynamisch”, herinnert hij zich. “Overal lagen foto’s. Nu zijn de foto’s van mijn vader kunstvoorwerpen, maar ze lagen verspreid over de vloer of hingen aan rekken te drogen.”

In het Nederlands Fotomuseum is vanaf 15 september de overzichtstentoontstelling Dit is Cas te zien.

info

Platform Vele Handen

Indexeren van archieven is tijdrovend werk. Daarom doet het platform Vele Handen een beroep op vrijwilligers. In Amerika is bedacht hoe dit monikenwerk via internet georganiseerd kan worden zodat tegelijkertijd door vele honderden vrijwilligers thuis achter de eigen computer gewerkt kan worden.

 

Op het platform staat veel projecten waarbij de hulp van het publiek wordt ingeroepen. Het Nationaal Militair Museum (NMM) vraagt medewerking van internetters om  honderden officiersnamen met informatie over hun rang, loopbaan, regiment en aanstellingsdatum uit de officiersboekjes uit de periode van 1810-1940 toegankelijk te maken.

 

Het openbaar maken van de Surinaamse slavenregisters is het doel van het project dat de Radboud Universiteit Nijmegen en de Anton de Kom Universiteit van Suriname met vrijwilligers hebben uitgevoerd. In de 43 delen van de slavenregisters staan per plantage of particuliere eigenaar de namen van bijna alle mensen die tussen 1830 en 1863 in slavernij leefden in Suriname, samen met informatie over geboorte, overlijden, verkoop en vrijlating.