Voor zijn laatste project Genesis, nu te zien in het Fotomuseum in Rotterdam, trok de wereldberoemde fotograaf Sebastiao Saldago ruim acht jaar over de wereld. Om ongerepte landschappen, wilde dieren en volkeren te fotograferen die ver van de moderne maatschappij leven. Hij reisde per boot, vliegtuig, luchtballon, vrachtwagen, trein, ezel en te voet. Hij praat in EenVandaag over zijn mischien wel laatste fotoproject.

Salgado laat een ongerepte, bijna paradijselijke wereld zien. Als fotojournalist zag hij juist de slechtheid van de mens in al zijn facetten. Het keerpunt in zijn leven was het boek Migratie dat  hij in de jaren negentig maakte en dat nog steeds actueel is. Hij reisde door 35 landen en volgde mensen die het platteland verruilden voor de stad maar ook mensen die vluchtten voor honger en oorlog.

Doodziek

"Overal regeert het individuele overlevingsinstinct. Als ras lijken we te koersen naar zelfvernietiging’’, schreef Salgado in de inleiding. Hij werd letterlijk doodziek van dit project.

De artsen stuurden hem voor een rustperiode naar Brazilie waar hij opgroeide met zeven zussen en een vader die vee hield op een ranch in Vale do Rio Doce. Deze boerderij was getroffen door erosie en droogte. Samen met zijn vrouw plantte hij twee miljoen bomen en langzaam kwamen ook de insecten, vogels en andere dieren terug. Het project heeft de lokale klimaatverandering tot stilstand gebracht. Het bracht hem op het idee voor Genesis.