Kunstschilder Frank van Hemert weet in de jaren tachtig en negentig faam te verwerven met zijn levensgrote olieverfschilderijen. Zijn moderne doeken worden al vroeg aangekocht door toonaangevende musea als het Amsterdamse Stedelijk en het Frans Halsmuseum in Haarlem. Van Hemerts ster is rijzende, maar in het jaar 2000 komt er een onvoorspelbare twist in zijn sucesverhaal.  

Het begint allemaal met één telefoontje van een particuliere klant. Huilend belt de vrouw Van Hemert in het jaar 2000 met het nieuws dat het doek dat ze vele jaren daarvoor van hem kocht, is gaan druipen. Het gaat om één specifieke kleur verf die in straaltjes van het doek loopt – de rest van het schilderij is nog perfect intact. In de maanden die volgen staat Van Hemerts telefoon roodgloeiend. Die ene bepaalde tint roze waar hij jarenlang royaal mee schilderde,  blijkt jaren na het opbrengen op het doek weer vloeibaar te worden. Tientallen van zijn werken – die inmiddels in musea hangen en de muren van particulieren sieren – blijken verwoest. Het is de nachtmerrie van iedere kunstenaar.

Slepende procedure

De claims stapelen zich op en restauratie blijkt ondoenlijk. Noodgedwongen start Van Hemert in 2002 een rechtszaak tegen Schmincke, de Duitse fabrikant die de verf in de jaren negentig op de markt bracht. Dozen vol tubes kocht van Hemert in die tijd van de verffabrikant. De betreffende kleur, ‘fleischfarbe’ of vleeskleur, was immers een van zijn favoriete tinten. Van Hemerts hoop dat de zaak snel afgehandeld zou zijn, blijkt een ijdele. Er verstrijkt maar liefst dertien jaar voor de schilder de zaak van de giga-fabrikant zou winnen. Want hoewel kunst- en verfexperts het er al snel over eens zijn dat de fleischfarbe-kleur van Schmincke niet deugt, doet de verffabrikant er alles aan om de slepende procedure jarenlang te vertragen. 

De Haarlemse rechtbank stelt Schmincke in 2010 al aansprakelijk voor de door Van Hemert geleden schade. De fabrikant laat het er echter niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Er zouden opnieuw vijf jaren voorbijgaan voor het Hof uitspraak doet en Van Hemert opnieuw in zijn gelijk wordt gesteld. Een bijna anderhalf decennium lange strijd komt dan ten einde. Of toch niet helemaal?

Aan de grond

Hoewel met de uitspraak van het Hof de zaak een langverwacht einde zou moeten naderen, weigert Schmincke met Van Hemert in gesprek te gaan over de hoogte van een schadevergoeding. Tot op de dag van vandaag staat de kunstschilder om die reden met lege handen. Morgen probeert Van Hemert middels een kort geding bij de Alkmaarse rechtbank een voorschot van vier ton op zijn schadevergoeding af te dwingen. Geld dat broodnodig is, want door de claims aan zijn adres en de slepende rechtszaak zit hij financieel inmiddels aan de grond.

Druipend doek

In EenVandaag gaan we met Van Hemert mee naar het depot van het Stedelijk Museum, waar een door hem geschilderd drieluik al jaren plat op de grond moet liggen omdat de verf anders verder druipt. Professor Jaap Boon, toonaangevend verfexpert die vanaf het prille begin betrokken was bij het onderzoek naar de fleischfarbe-verf, vertelt hoe het kan dat de specifieke verf na zeven jaar weer vloeibaar wordt – en hoe uniek dat is. Frans Kaiser, hoofd tentoonstellingen van het Gemeentemuseum Den Haag, heeft zelf een druipend doek van Van Hemert in zijn bezit. Het hangt nog steeds aan zijn muur, maar eens in de zoveel tijd moet hij met terpentine in de weer om de verf van de vloer te boenen.