‘Autoritair populisme’ is een opkomende kracht bij kiezers in Europa en zou zomaar eens het bepalende politieke fenomeen van het volgende decennium kunnen worden.

In de jaren 1980 werd het gebruik van een nieuwe wetenschappelijke term gemeengoed onder sommige politicologen bij het beschrijven van de politiek van Ronald Reagan en Margaret Thatcher: "autoritair populisme" (AP). Deze term is gebaseerd op de theorie dat zij en hun supporters een aantal opvattingen deelden: cynisme over mensenrechten, anti-immigratie, een anti-EU-standpunt in Groot-Brittannië en een sterke nadruk op verdediging als onderdeel van een breder buitenlands beleid.

Reagan en Thatcher waren niet meer aan de macht aan het eind van de jaren 80 en met opvolgers als Bill Clinton en Tony Blair, die een andere stijl van politiek beoefenden, werd de term marginaal. In de afgelopen jaren zagen we echter het populisme terugkeren naar de voorhoede van de politiek, toegejuicht door partijen als UKIP in het Verenigd Koninkrijk, de AfD in Duitsland, het Front National in Frankrijk - en, natuurlijk, Donald Trump in de Verenigde Staten.

Als reactie daarop suggereren sommigen dat de politiek nu veel ingewikkelder zou kunnen zijn dan de oude "links versus rechts" categorisering. In plaats daarvan moeten we nu praten over bijvoorbeeld "autoritair populisten vs. de elites" of “establishment vs. de rest”.

Met dit in het achterhoofd deed YouGov samen met politieke wetenschapper David Sanders van de Universiteit van Essex een onderzoek in twaalf Europese landen naar de lay-out van het politieke landschap vanuit dit nieuwe perspectief.

De resultaten kunnen reden tot bezorgdheid zijn voor de politici in de reguliere gevestigde partijen over het hele continent. Uit het onderzoek is gebleken dat in acht van de twaalf landen, bijna de helft van de kiezers - zo niet meer - autoritair populistische standpunten heeft.

De gevolgen voor electoraal succes kunnen enorm zijn. Terwijl in elk van de twaalf landen momenteel een variant van het "liberale links" het grootste politieke blok vormt, vertegenwoordigen de gecombineerde AP-kiezersgroepen in zeven landen een potentieel grotere electorale kracht. Mocht een politicus of partij in staat zijn om de aanzienlijke aantallen van AP-kiezers te verenigen onder één vlag, dan zijn ze een ??serieuze tegenstander voor de gevestigde politieke orde.

De uitdaging die AP vormt voor de liberale consensus is verschillend in elk land. In het Verenigd Koninkrijk kan het zorgen voor het type Brexit dat het land nastreeft. In Frankrijk en Duitsland zijn volgend jaar verkiezingen en vooral in Frankrijk sympathiseert een groot deel van de kiezers met AP. Als het een kandidaat lukt deze groep achter zich te krijgen, kan het ernstige gevolgen hebben voor niet alleen Frankrijk, maar voor heel Europa.

Zelfs als AP-politici niet aan de macht komen, is het duidelijk dat de druk van de kiezers met AP-visies groot genoeg is om invloed uit te oefenen op landen over het hele continent in de nabije toekomst. Welke concessies autoritair populistische partijen kunnen winnen van de meer gevestigde politieke partijen valt nog te bezien, maar ze kunnen enorm groot zijn.

Er is echter een zeer reële kans dat de opkomst van autoritair populisme het bepalende politieke fenomeen van het volgende decennium kan zijn. Niet alleen in Europa, maar ook in andere ontwikkelde democratieën.

Autoritair populisme in Groot-Brittannië - de vier takken van de Britse politiek

In Groot-Brittannië heeft bijna de helft van de kiezers (48%) autoritair populistische standpunten. De data suggereert dat er vier verschillende takken zijn van de Britse kiezers - waarvan twee autoritair populistische standpunten en twee een liberale visie hebben.

De grootste groep is de liberale linkerzijde, die samen ongeveer 37% van de Britse kiezers vormt. Deze groep heeft de minste kans om een hard buitenlands beleid te willen, is het minst kritisch op mensenrechten en het meest pro-immigratie. Ze zijn ook veel linkser dan de andere groepen. Op het links-rechts spectrum, waarbij 0 staat voor zeer links en 10 voor zeer rechts, scoren ze ongeveer 3.

Het andere niet-AP blok is het liberale centrum-rechts. Ze zijn de kleinste van de vier groepen met ongeveer 15% van de Britse kiezers. Ze zijn iets meer pro-EU dan het liberale, pro-EU links, maar hun standpunten zijn meer uitgesproken in de andere drie categorieën. Op de links-rechts schaal scoren ze ongeveer een 6.

De twee AP-groepen zijn de matige AP, die samen 29% van de Britse kiezers vormen, en de rechtervleugel, de sterke AP, die 19% van de kiezers uitmaakt. Beide blokken zijn even anti-immigratie, terwijl de rechtervleugel sterkere standpunten heeft over de rest van de drie categorieën. De matige AP scoort ongeveer 5 op de links-rechts schaal en de sterke AP nadert een 8.

Leeftijd en AP

De twee liberale blokken bestaan uit jongere kiezers dan de AP-groepen. Bijna een kwart (24%) van de mensen in de liberale linkerzijde is jonger dan 30 jaar - ongeveer drie keer zoveel als in de matige AP (9%) of in de sterke AP (8%).

Aan de andere kant van het spectrum is een volle 42% van de rechtervleugel en 35% van de matige AP 60 jaar of ouder. Daar tegenover staat dat slechts 24% van het liberale links en 30% van het liberale centrum-rechts in deze leeftijdsgroep valt.

Onderwijs

Degenen met autoritair populistische standpunten hebben de neiging om minder goed opgeleid te zijn dan mensen uit de twee liberale groepen. Vier op de tien in het matige AP-blok heeft een laag opleidingsniveau, net als een kwart (24%) van de sterke AP-groep.

Dit is in tegenstelling tot de liberale blokken. Meer dan vier op de tien (44%) van de liberale linkse groep heeft een hoog opleidingsniveau, net als een derde van de mensen in de liberale centrum-rechtse groep. Slechts een kwart (24%) van de mensen in de sterke AP en 17% van de mensen in de matige AP heeft een hoog opleidingsniveau.

AP-draagvlak onder Britse partijen

AP-kiezers vormen een groot deel van de twee rechtse partijen in het Verenigd Koninkrijk: de Conservatieven en UKIP. 97% van de UKIP-kiezers heeft AP-standpunten, waarvan 59% in de matige AP-groep zit en de overige 38% in de sterke AP. De conservatieve partij bestaat uit een bijna identiek deel van de sterke AP-kiezers met 39%, maar ze hebben veel minder matige AP-kiezers (29%) en veel meer liberaal centrum-rechtse kiezers (25%).

De twee belangrijkste linkse politieke partijen van Groot-Brittannië daarentegen hebben veel minder AP-kiezers. Ongeveer 17% van de Labour-kiezers en 16% van de liberaal-democratische kiezers horen bij de matige AP. Slechts 1% van de liberale democraten hebben sterke AP-standpunten en die groep is nog kleiner in de Labour partij.

Natuurlijk zijn de kiezers van de partijen van zeer verschillende omvang. Kijkend naar de politieke takken van Groot-Brittannië vanuit een andere hoek worden twee groepen - de sterke AP en het liberale centrum-rechts - gedomineerd door conservatieve kiezers. Driekwart van de sterke AP-kiezers in het Verenigd Koninkrijk zijn conservatieven en nog eens 21% is UKIP-kiezer.

De matige AP is een veel meer gemengde groep, maar ook hier zijn de conservatieven de grootste groep met 42%. Het grootste deel van de rest van de matige AP komt van UKIP (25%) en Labour (21%). Een vleugje liberale democraten en andere kiezers ronden deze groep af.

Autoritair populisme in Europa

Hoewel de opkomst van autoritair populistische sentimenten in Groot-Brittannië natuurlijk een belangrijke factor is voor de toekomst van het land, zou ook de opkomst van autoritair populisme in de rest van Eurp[a een grote impact kunnen hebben op de toekomst van Groot-Brittannië.

Het meest voor de hand liggende is de Brexit. Onder de meerderheid van de Euorpese landen hangt het AP-sentiment samen met anti-Europese standpunten (maar niet alle landen - in Roemenië hebben alle kiezers AP-standpunten, maar ze zijn ook allemaal pro-EU). Er is een reëel gevaar voor Groot-Brittannië dat de EU-leiders ervoor zullen zorgen dat Groot-Brittannië een slechte Brexit-deal krijgt, om aan hun eigen AP-kiezers te laten zien dat het leven buiten de EU een onaantrekkelijk vooruitzicht is.

Een andere uitkomst is dat het autoritair populisme in één of meer Europese regeringen komt en dat dit eindigt in de ondergang van de EU zelf. Alle Brexit onderhandelingen zullen vervolgens overbodig zijn en Groot-Brittannië en de rest van de wereld zullen worden ondergedompeld in onzekerheid.

Nergens is dit gevaar duidelijker dan in Frankrijk. In Frankrijk, net als in het Verenigd Koninkrijk, vormt het liberale links 37% van de kiezers. In tegenstelling tot het VK heeft de rest, 63% van de kiezers, autoritair populistische standpunten. Met presidentsverkiezingen in het begin van 2017, zal veel afhangen van hoe deze AP-kiezers zich in de eerste stemronde gaan gedragen.

Mochten de AP-kiezers meer richting de kandidaat van de extreemrechtse Front National partij Marine Le Pen gaan, zou dit kunnen betekenen dat Frankrijks centrum-rechtse partij, de Republikeinen, niet genoeg stemmen krijgt om de tweede ronde te halen. Hierdoor zou Le Pen een echte kans krijgen om het presidentschap te winnen.

Met één van de twee meest bepalende leden van de EU geleid door een extreemrechtse anti-EU president, zou een Le Pen-overwinning heel goed kunnen leiden tot dramatische gevolgen voor de Europese Unie.

De gebeurtenissen van 2016 impliceren dat de stijging van het autoritaire populisme de toekomst van Europa al aan het vormgeven is. Begrijpen wat deze stijging heeft veroorzaakt en hoe grote partijen omgaan met AP-kiezers zal een belangrijk aspect van de verkiezingen in 2017 zijn.

Dit onderzoek is uitgevoerd door YouGov UK. Klik hier voor de Engelstalige versie en uitgebreidere resultaten.